| Titel : |
The International Convention on the Rights of the Child: A Catalyst for Innovative Child Care Policies |
| Documenttype: |
artikel |
| Auteurs: |
Davis, Martha F., Auteur ; Powell, Roslyn, Auteur |
| Uitgegeven: |
Baltimore [USA] : John Hopkins Univeristy Press |
| Publicatiedatum: |
2003 |
| Tijdschrift: |
Human Rights Quarterly Vol. 25, No. 3 |
| Paginering : |
p. 689-719 |
| Taal : |
Engels (eng) |
| Trefwoorden: |
Gezondheid en welzijn:Jeugdhulp:Hulp aan (kinderen in) gezinnen
|
| Samenvatting: |
Kinderopvang is lange tijd een prioritaire zaak geweest voor belangenbehartigers van vrouwenrechten in de Verenigde Staten, hoewel de Verenigde Staten in vergelijking met andere geïndustrialiseerde naties een ongunstige positie innemen. Deze andere naties bieden uitgebreide kinderopvangdiensten aan en andere ondersteuning voor families met jonge kinderen. Bepalingen van het Verdrag inzake de Rechten van het kind, naast de gebruikte taal in het CEDAW-comité (Comité voor de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen) en het IVBPR-comité (Comité voor burgerrechten en politieke rechten), suggereren dat kinderopvang moet worden bekeken door middel van een raamwerk van mensenrechten in plaats van door het meer gelimiteerde raamwerk van het nationaal recht. Dit artikel focust op het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en analyseert de impact van het Verdrag op kinderopvang in de landen die het Verdrag bekrachtigd hebben. In het bijzonder analyseert het artikel het beleid inzake kinderopvang van Australië, Finland, Frankrijk en Zweden, en herziet ook de uitwisselingen tussen het Comité inzake de Rechten van het Kind en landen die in mindere mate geïndustrialiseerd zijn. De auteurs concluderen dat het opnemen van kinderopvang als onderdeel van de mensenrechten de interne politiek kan verschuiven door belangenbehartigers energie te verschaffen en nieuwe bronnen en middelen aan te brengen die druk verschaffen, om zo dit aspect van het beleid van uitzonderlijkheid in de VS tegen te gaan. |
| Summary: |
Childcare has long been a priority issue for women's rights advocates in the United States, yet the United States continues to compare unfavorably to other industrialized nations that extend childcare services and other supports to assist families with young children. Provisions of the Children's Rights Convention, as well as language in CEDAW and the ICCPR, suggest that childcare should be viewed through a human rights framework rather than the more limited framework of domestic law. This article focuses on the Children's Rights Convention, analyzing the Convention's impact on childcare in ratifying countries. In particular, the article analyzes childcare policies of Australia, Finland, France and Sweden, while also reviewing exchanges between the Committee on the Rights of the Child and less industrialized countries. The authors conclude that framing childcare as a human rights concern might shift the internal politics of the issue by energizing advocates as well as enlisting new sources of pressure to combat this aspect of the US policy of exceptionalism. |
| Link naar een elektronische bron: |
http://muse.jhu.edu/login?auth=0&type=summary&url=/journals/human_rights_quarter [...] |
| Vaste link: |
http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=1682 |