
| Titel : |
Discrimination against Fathers in Greek Child Custody Proceedings: Failing the Child’s Best Interests |
| Documenttype: |
artikel |
| Auteurs: |
Bantekas, Ilias, Auteur |
| Uitgegeven: |
Leiden [Netherlands] : Martinus Nijhoff Publishers |
| Publicatiedatum: |
2016 |
| Tijdschrift: |
The International Journal of Children’s Rights, ISSN 0927-5568 Vol. 24, Nr. 2  |
| Taal : |
Engels (eng) |
| Trefwoorden: |
Gezin:Echtscheiding Kinderrechten (inter)nationaal:Landen en regio's:Europa:Griekenland
|
| Samenvatting: |
In Griekse familierechtbanken wordt de moeder regelmatig verkozen boven de vader om de zorg van het kind op te nemen. Dit zelf in zaken waar een verblijf bij de vader duidelijk meer in het belang van het kind zou zijn. De discrepantie tussen de wet en de gerechtelijke praktijk wordt door de rechtbanken gerechtvaardigd op vermeende bio-maatschappelijke gronden maar deze zijn nog nooit aangetoond, laat staan uitgewerkt op welke manier dan ook. Verder maakt men nooit gebruik van theorie uit bijvoorbeeld neurowetenschappen of ontwikkelingspsychologie als basis voor de aanpak binnen rechtbanken. Zowel de willekeur als de afwezigheid van rechtszekerheid vloeit voort uit het gebrek aan een toegewijd familierechtsysteem. Als gevolg hiervan zijn generalistische rechters bang om een uitspraak te doen in een niet-juridisch gebied zoals neurowetenschappen of hebben weinig weet van ontwikkelingen binnen deze domeinen. Aangezien een vonnis nooit wetenschappelijke uitspraken doet, kan de procederende partij de rechtbanken niet uitdagen op een wetenschappelijke basis. Deze bias op basis van gender heeft zijn oorsprong in de zogenaamde ‘taboetheorie’. Uitzonderlijk komen experts tot een algemene consensus dat de hechtingstheorie een genderneutraal gegeven zou zijn en dat kinderen, voornamelijk zeer jonge kinderen, de eerste betekenisvolle hechting heeft met een persoon binnen een liefdevolle en zorgzame omgeving. In veel zaken leidt de hechting tot een financiële ruilhandel voor extra bezoektijd bij de vader of een uitsluiting van de vader uit het leven van het kind. De schadelijke aard van dergelijke praktijk wordt hier vanuit een neurowetenschappelijk perspectief geanalyseerd. |
| Summary: |
Greek family courts routinely favour mothers in child custody proceedings even in cases where residence with the father would clearly be in the best interests of the child. This discrepancy between the law and judicial practice is justified by the courts on alleged bio-social grounds but these have never been identified, let alone elaborated in any way and no theory from the field of neuroscience or developmental psychology has ever been cited as the groundwork for the courts’ approach. This arbitrariness and the concomitant absence of legal certainty stems from the absence of a dedicated family court system. As a result, generalist judges are fearful of expressing themselves in non-legal areas, such as neuroscience, or otherwise have little awareness of developments in these areas. Because judgments never make any scientific pronouncements, litigants cannot challenge the courts on scientific grounds. This gender bias has its roots also in taboo theory. With minor exceptions, experts universally agree that attachment theory is gender-neutral and that children, especially infants, form meaningful primary attachments to the person who provides them with a loving and caring environment. Ultimately, in many cases custody arrangements lead to financial bartering in exchange for additional visitation time by the father or exclusion of the father from the child’s life. The injurious nature of such an outcome is analysed here from a neuroscience perspective. |
| Link naar een elektronische bron: |
http://booksandjournals.brillonline.com/content/journals/10.1163/15718182-024020 [...] |
| Vaste link: |
http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=3102 |
|