| Titel : |
Naar een coherente gezagsregeling over minderjarigen |
| Documenttype: |
onderzoek |
| Auteurs: |
Wuyts, Tim, Onderzoeker ; Senaeve, Patrick, Promotor |
| Taal : |
Nederlands (dut) |
| Trefwoorden: |
Gezin:Gezag en omgang Gezin:Opvoeding
|
| Samenvatting: |
De voorbije decennia ontstonden nieuwe procreatietechnieken (bv. kunstmatige inseminatie) en werden bepaalde (nieuwe) samenlevingsvormen juridisch erkend (bv. door openstelling van het huwelijk voor koppels van gelijk geslacht). Het gevolg van deze ontwikkelingen is dat er actueel heel wat personen een kind feitelijk (mee) opvoeden, zonder met dat kind juridisch enige binding te hebben en zelfs te kunnen vestigen. Deze feitelijke situaties kunnen voor pijnlijke verrassingen zorgen. Een kind kan geconfronteerd worden met een breuk met een persoon door wie het vaak jaren werd opgevoed en verzorgd. In de situatie waarin een kind slechts een enkele ouder heeft ten aanzien van wie de afstamming uitwerking heeft, maar op duurzame wijze heeft geleefd binnen een gezin dat uit die ouder en een derde wordt gevormd die beiden instaan voor het onderhoud van het kind, oordeelde het Arbitragehof bij arrest van 8 oktober 2003 (nr. 134/2003) reeds “(...) dat die categorie van kinderen zonder toelaatbare verantwoording verschillend wordt behandeld.” Het komt volgens het constitutionele hof evenwel aan de wetgever toe, om in die situaties te bepalen in welke vorm, onder welke voorwaarden en volgens welke procedure het ouderlijk gezag, in het belang van het kind, zou kunnen worden uitgebreid tot andere personen die geen afstammingsband hebben met het kind. De wetgever wordt bijgevolg voor een nieuwe uitdaging geplaatst. Het weinig transparante gezagsrecht dat door de verscheidene hervormingen van de afgelopen decennia er nog minder coherent op geworden is, toont aan dat een grondige voorafgaande studie wenselijk is. In dit doctoraal onderzoek wordt onderzocht wie, rekening houdende met de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan op het vlak van relatievormen en voortplantingstechnieken, gezag over een minderjarige moet bekomen, hoe dat gezag juridisch moet worden gevestigd en of dat gezag in bepaalde situaties anders dan in de huidige regelgeving moet worden ingevuld. De problematiek wordt vanuit twee invalshoeken benaderd. Enerzijds wordt de band tussen de afstamming en het ouderlijk gezag in vraag gesteld. Anderzijds wordt de vraag opgeworpen of bepaalde componenten van gezag niet aan personen die geen afstammingsband hebben, contractueel, wettelijk dan wel krachtens een rechterlijke beslissing kunnen worden overgedragen. |
| Summary: |
In this doctoral research project, it is investigated who - taking into account the recent developments that took place regarding relationships and procreation techniques - should receive parental authority over a child, how this authority should be legally organized and whether this authority should, in specific situations, be organized differently than the actual legislation prescribes. This theme is studied from two different angles. On the one hand, the connection between descent and parental authority is questioned. On the other hand, it is investigated whether certain components of authority can be assigned - through contract, legislation or court decision - to persons who do not have a blood relationship. |
| Startdatum / Start date : |
2005 |
| Einddatum / End date : |
2009 |
| Financiering / Funding : |
Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) |
| Onderzoeksinstelling / Research institute : |
KU Leuven - Instituut voor Familierecht en Jeugdrecht |
| Onderzoekstype : |
Theoriegericht, fundamenteel onderzoek - Doctoraatsonderzoek |
| Discipline : |
Rechtsgeleerdheid |
| Methodologische dimensies : |
Juridische studie |
| Link naar een elektronische bron: |
http://www.law.kuleuven.be/ifjr/onderzoek/ondtwuyts.html |
| Vaste link: |
http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=594 |