Trefwoorden
Het resultaat bewaren De zoekopdracht beperkenThe treatment needs of victims/survivors of child sexual abuse (CSA) from ethnic minority communities: A literature review and suggestions for practice / Sawrikar, Pooja
![]()
Titel : The treatment needs of victims/survivors of child sexual abuse (CSA) from ethnic minority communities: A literature review and suggestions for practice Documenttype: artikel Auteurs: Sawrikar, Pooja, Auteur ; Katz, Ilan, Auteur Uitgegeven: Amsterdam [Nederland] : Elsevier Publicatiedatum: 2017 Tijdschrift: Children and Youth Services Review Vol. 79 Paginering : 166-179 Taal : Engels (eng) Trefwoorden: Kinderen in kwetsbare situaties:Geweld / uitbuiting:Seksueel geweld:Seksueel misbruik
Kinderen in kwetsbare situaties:Minderheden en inheemse volkeren:Minderheden
Kinderrechten (algemeen):Leven en ontwikkelingSamenvatting: Een belangrijke bevinding uit een uitgebreid literatuuroverzicht over seksueel misbruik van kinderen (CSA) en etnische minderheidsgroepen is dat de slachtoffers een verhoogd risico hebben om zelfmoord te plegen. Dit kan het gevolg zijn van de vele barrières om professionele hulp te zoeken binnen deze groep. Een mogelijk belangrijke barrière is het willen beschermen van de familienaam. Dit zorgt dat de nood aan een behandeling vaak kritiek is nadat men de verschillende barrières heeft overwonnen. Aandacht voor het culturele aspect blijkt het belangrijkste te zijn betreffende de noden bij een behandeling. Er is nood aan een non-racistische houding en praktijk, zelfreflectie en bewustzijn, een multicultureel framework die de verschillen in machtsverhoudingen erkent tussen de dominante groep en minderheidsgroepen en respect voor het recht op culturele verschillen. Daarnaast is het ook belangrijk om een tolk te voorzien die getraind is in zaken gekoppeld aan seksueel geweld, de kans om beroep te doen op een diverse ploeg van dienstverleners, het voorzien van training met betrekking tot culturele competenties in het organiseren van voorzieningen en de verplichting om data te verzamelen over variabelen gerelateerd aan etniciteit. Een multicultureel kader wordt gezien als één van de belangrijkste elementen. Indien hier geen gebruik van wordt gemaakt, zou kunnen leiden tot een negatief beeld van collectieve en patriarchale culturen die de cultuur in het gedrang brengen. Dit kan leiden tot trauma’s voor het slachtoffer die reeds geleden heeft onder het misbruik van macht en andere slachtoffers verder distantieert van klinische interventie. Summary: One significant finding from an exhaustive literature review on child sexual abuse (CSA) and ethnic minority communities is that victims appear to be at higher risk for suicidality. This may be due to the many barriers to professional help-seeking in this group, most commonly associated with protecting the family's name. This makes their treatment needs particularly critical, after the barriers have finally been crossed. Of all their treatment needs, cultural competency is identified as essential. It asks for non-racist attitudes and practice, self-reflection and awareness, a ‘multicultural framework’ which recognises differences in power between mainstream and minority groups and respects the right to cultural differences, the provision of an interpreter trained in matters to do with sexual assault, choice about having an ethnically matched or non-matched service provider (and thus employment of workers from diverse backgrounds), the routine provision of training in cultural competency by management in service organisations, and mandatory data collection on variables related to ethnicity. A ‘multicultural framework’ is seen to be the most important of these elements, else it could lead to the vilification of collectivist and patriarchal cultures (which ethnic minority communities tend to be), threatening cultural safety. This adds trauma to the victim who has already suffered an abuse of power, and further alienates clients in critical need of clinical intervention. Link naar een elektronische bron: http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0190740917302463 Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=3179 Tussen commercie en cultuur: Reclamepercepties van autochtone en allochtone jongeren in Vlaanderen / Koeman, Joyce
![]()
Titel : Tussen commercie en cultuur: Reclamepercepties van autochtone en allochtone jongeren in Vlaanderen Andere titel : Between commerce and culture: Advertising perceptions of ethnic minority and majority youth in Flanders Documenttype: onderzoek Auteurs: Koeman, Joyce, Onderzoeker ; d'Haenens, Leen, Promotor Taal : Nederlands (dut) Trefwoorden: Kinderen in kwetsbare situaties:Minderheden en inheemse volkeren:Minderheden
Media:MediawijsheidSamenvatting: Dit project m.b.t. de reclameperceptie van autochtone en allochtone jongeren in Vlaanderen zoekt antwoord op de vraag op welke wijze cultuur een rol speelt in de reclamemeningen en -attitudes van een etnisch-cultureel diverse groep van 12- tot 19-jarige jongeren van Vlaamse, Turkse, Marokkaanse, andere westerse en niet-westerse afkomst. Traditionele theorieën uit intercultureel communicatie- en reclameonderzoek zijn aan de hand van een multi-methodisch onderzoeksdesign getoetst en een waardevolle basis gebleken voor communicatiewetenschappelijk onderzoek in een multiculturele context. Uit de analyses blijkt dat jongeren over het algemeen een neutrale houding ten aanzien van reclame vertonen en dat ze naast productinformatie en promoties vooral ‘lifestyle’-reclame met een verhaal, humor of bekende internationale sterren weten te waarderen. De overwegend neutrale houding ten aanzien van reclame laat zich voornamelijk verklaren vanuit de tegengestelde gevoelens en meningen die reclame bij jongeren oproept, vaak afhankelijk van het moment waarop, het medium waarlangs en het product waarvoor geadverteerd wordt. Bovendien kan reclame een aantal positieve, maar ook negatieve functies vervullen die de algemene reclameattitude beïnvloeden. Doorgaans wordt reclame als een nuttige bron van informatie beschouwd over wat er te koop is en waar men interessante prijzen kan bekomen. Ook geldt het soms als leidraad om de laatste mode en trends op te volgen. Opvallend is dat jongeren van Turkse en Marokkaanse afkomst eerder geneigd zijn een sociale (lifestyle) functie aan reclame toe te kennen dan Vlaamse jongeren. Daarnaast biedt reclame soms ook afleiding en entertainment en in het bijzonder esthetisch mooi uitgevoerde reclame kan bijdragen aan het plezier dat jongeren (met name meisjes) aan reclame beleven. Jongeren erkennen echter ook het misleidende en materialistische karakter van reclame, al hebben jongeren van Turkse en Marokkaanse afkomst meer vertrouwen in reclame dan jongeren van Vlaamse afkomst. Om na te gaan in hoeverre culturele verschillen een rol spelen wordt in kaart gebracht welke waarden jongeren belangrijk vinden en hoe zij zichzelf in relatie tot anderen definiëren. Over het algemeen blijken de culturele verschillen tussen jongeren zich niet zo sterk af te tekenen als de literatuur doet vermoeden en er bestaan veel overeenkomsten tussen autochtone en allochtone jongeren. Alle jongeren hechten immers veel waarde aan sociale relaties, vriendschappen en het welzijn van anderen, i.e. zelfoverstijgende waarden, terwijl prestatie en macht veel minder belangrijk worden geacht. Er bestaat ook een relatief sterke zin voor zelfstandigheid, uitdagingen en plezier in het leven, onder zowel autochtone jongeren als allochtone jongeren met een hoge mate van integratie. Juist vanwege een wederzijdse beïnvloeding en vermenging van culturen onder jongeren is het niet opportuun om hen enkel op basis van hun etnisch-culturele afkomst te categoriseren. De typologie die in dit onderzoek is opgesteld, biedt een mogelijk alternatief aangezien de drie culturele profielen (sociaalgerichte conservatieven, dynamische zelfontwikkelaars en ‘cultural in-betweens’) het belang van culturele verschillen voor reclameperceptie bevestigen. De drie culturele profielen variëren namelijk in de mate waarin zij een informatieve, hedonistische, sociale, misleidende of materialistische functie aan reclame toekennen. In het bijzonder sociaalgerichte conservatieven onderscheiden zich door hun niet-westers waardepatroon en staan het meest positief tegenover reclame, omdat zij een hogere informatiewaarde, sociale rol en entertainmentwaarde aan reclame toeschrijven dan jongeren met een eerder westers waardepatroon. Voor Vlaanderen kunnen we concluderen dat ‘etnomarketing’ (geënt op etnisch-culturele afkomst) niet de meest aangewezen strategie blijkt om een brede en multiculturele groep jongeren aan te spreken, aangezien er meer overeenkomsten dan verschillen bestaan in de reclame-meningen en attitudes van autochtone en allochtone jongeren. Deze studie wijst wel op de meerwaarde van ‘lifestyle’-onderzoek met aandacht voor etnisch-culturele diversiteit onder jongeren omdat het verschillen en overeenkomsten, alsook culturele gevoeligheden bloot kan leggen die de meningen en attitudes ten aanzien van reclame beïnvloeden. Summary: With the increasing ethnic-cultural diversity in Flanders, particularly among urban youth, this study examines the role of culture in advertising beliefs and attitudes among majority and minority youth in Flanders. Although these youngsters have become an important target group since the emergence of youth marketing strategies, little is known about their advertising perceptions. Particularly research that takes into account ethnic-cultural differences among young consumers is scarce. Therefore this study among 1140 youngsters between 12 and 19 years old examines both differences and similarities between youngsters with Flemish, Turkish, Moroccan, other western or other non-western origins and relates these to their advertising beliefs and attitudes. Survey results have been tested and complemented with 50 interviews with majority and minority youth. The results show that all youngsters take on a rather neutral attitude towards advertising in general. This is mainly explained by ambiguous feelings and opinions that shape the general advertising attitude. Although youngsters, for instance, acknowledge the misleading character of advertising, they still consider advertising as a valuable source of information. This study focuses on five advertising aspects that explain ambivalence in advertising attitudes. The information, the hedonic and social functions of advertising attribute to a more positive advertising attitude, whereas the misleading and materialistic functions of advertising lead to negative advertising attitudes. As a result Turkish and Moroccan youngsters tend to hold more positive advertising attitudes than Flemish youngsters, because youngsters with Turkish and Moroccan backgrounds are more often inclined to ascribe a social function to advertising, whereas their Flemish peers consider advertising more often as deceptive. In search of cultural explanations, a cluster analysis points out that not so much ethnic-cultural backgrounds but cultural values and self constructs predict advertising beliefs and attitudes. A cultural typology of socially-oriented conservatives, dynamic self-developers and cultural in-betweens shows variations in consumption, media- and advertising preferences and underlines the relevance of lifestyle research which includes multiple ethic-cultural identities and aspirations of youth. Einddatum / End date : 2011 Onderzoeksinstelling / Research institute : KU Leuven Onderzoekstype : Theoriegericht, fundamenteel onderzoek - Doctoraatsonderzoek Discipline : (Bedrijfs)economie, handelswetenschappen/Communicatiewetenschappen - (Multi)media/Sociale wetenschappen Methodologische dimensies : (Secundaire) analyse van kwantitatieve crossectionele of longitudinale data/Diepte- en/of expertinterviews/Literatuurstudie/Momentopname, crossectioneel/Regionaal/Individuen (direct betrokkenen, kinderen) bestuderen of bevragen Link naar een elektronische bron: http://www.kuleuven.be/doctoraatsverdediging/cm/3H05/3H051115.htm Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=1693 Undocumented children and the right to education : illusory right or empowering lever? / Wouter Vandenhole ; De Clerck, Helene Marie-Lou ; Verhoeven, Marie ; Timmermans, Chris ; Mahieu, Paul ; Julie Ryngaert ; Carton de Wiart, Estelle
![]()
Titel : Undocumented children and the right to education : illusory right or empowering lever? Documenttype: artikel Auteurs: Wouter Vandenhole, Auteur ; De Clerck, Helene Marie-Lou, Auteur ; Verhoeven, Marie, Auteur ; Timmermans, Chris, Auteur ; Mahieu, Paul, Auteur ; Julie Ryngaert, Auteur ; Carton de Wiart, Estelle, Auteur Uitgegeven: Leiden [Netherlands] : Martinus Nijhoff Publishers Publicatiedatum: 2011 Tijdschrift: The International Journal of Children’s Rights, ISSN 0927-5568 Vol. 19 Paginering : p. 613-639 Taal : Engels (eng) Trefwoorden: Kinderen in kwetsbare situaties:Migratie:Asiel & vluchtelingen
Kinderen in kwetsbare situaties:Minderheden en inheemse volkeren:Minderheden
Onderwijs:AlgemeenSamenvatting: In een poging om immigratie te ontmoedigen worden sociale rechten in het migratiebeleid vaak beperkt. Het recht op onderwijs lijkt de uitzondering op de regel. Deze bijdrage gaat na of het recht op onderwijs – voorbij de juridisch-technische vragen van de personele werkingssfeer van mensenrechtenverdragen en de aard en de betekenis van het recht – in staat is een empowerende hefboom te zijn voor documentloze kinderen, of eerder een verheven ideaal op papier blijft. De Belgische situatie dient als een empirische basis voor onze verkenning. Sociologisch onderzoek heeft aangetoond dat, terwijl een kwantitatieve democratisering van het onderwijs zeer succesvol is geweest, een kwalitatieve democratisering problematisch blijft. Met betrekking tot documentloze kinderen beperken real life obstakels de toegang tot scholen (zowel individueel als institutioneel). Onderzoek wijst ook op psychosociale en institutionele hindernissen die in belangrijke mate gelijke onderwijs- en levenskansen doorheen de schoolloopbaan belemmeren. Ongelijke antwoorden op de organisatorische en pedagogische uitdagingen waar scholen mee geconfronteerd worden door de aanwezigheid van “mobiele” leerlingen versterken de institutionele factoren van onderwijsongelijkheid voor documentloze kinderen. Een belangrijke factor in het begrijpen van de spanning tussen de juridische erkenning van het mensenrecht op onderwijs en de dagelijkse realiteit is de regelrechte tegenstrijdigheid tussen de benadering van onderwijs enerzijds, en van migratie in het algemeen anderzijds. Het lijkt erop dat de volledige uitoefening van het recht op onderwijs door documentloze kinderen een illusie en een onbereikbare belofte zal blijven zolang vele andere mensenrechten, van henzelf en van hun ouders, sterk beperkt worden in het kader van een restrictief migratiebeleid, dat in groeiende mate gekenmerkt wordt door “verveiliging” (securisation).
De volledige studie werd ook opgenomen in deze databank, onder volgende link: http://www.kekidatabank.be/opac/index.php?lvl=notice_display&id=523Summary: In migration control policies, social rights are often restricted in order to discourage immigration. The right to education seems to be the exception to the rule. This project examines whether the right to education – beyond legal technical questions of the personal scope of application of human rights treaties, and the nature and the meaning of the right – is able to provide empowering leverage to undocumented children, or rather remains a lofty ideal on paper. An empirical base is provided by the Belgian situation. Sociological research has shown that while quantitative educational democratization has been highly successful, qualitative educational democratisation remains problematic. With regard to undocumented children, real-life limitations to school access (both individual and institutional), as well as psychosocial and institutional impediments during the schooling process seriously limit equal schooling and life opportunities. Unequal responses to organizational and pedagogical challenges that are put to schools by the presence of mobile students reinforce institutional factors of educational inequality for undocumented children. A key factor in understanding the tension between the legal recognition of the human right to education and daily realities is the outright contradiction between the approaches towards education on the one hand, and to migration more generally on the other hand. The latter seems to be increasingly informed by a securisation ideology. The full realisation of the right to education will remain a distant ideal if due to restrictive migration policies many other fundamental rights of themselves and their parents are seriously limited.
The full study can also be found in this database: http://www.kekidatabank.be/opac/index.php?lvl=notice_display&id=523Link naar een elektronische bron: http://booksandjournals.brillonline.com/content/10.1163/157181811x570690;jsessio [...] Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=999
Titel : Vrije tijd van Marokkaanse tieners Andere titel : Leisure time of Moroccan teens Documenttype: onderzoek Auteurs: Dehertogh, Britt, Onderzoeker Taal : Nederlands (dut) Trefwoorden: Kinderen in kwetsbare situaties:Minderheden en inheemse volkeren:Minderheden
Vrije tijd, spel en cultuur:AlgemeenSamenvatting: Dit project betreft onderzoek naar de vrije tijd van Marokkaanse tieners. De vrije tijd van jongeren is al vaker bestudeerd, maar omwille van systematische uitval en hoge non-responsgraad worden allochtone jongeren niet altijd opgenomen in een bevraging. Om hieraan tegemoet te komen bundelt dit kortlopende project zelf verzamelde gegevens over de vrijetijdsbesteding van Marokkaanse jongeren – de grootste allochtone gemeenschap in Antwerpen – om een beeld te kunnen schetsen van hun vrije tijd. Zowel kwalitatieve als kwantitatieve gegevens worden gebruikt. Summary: This project concerns research into the leisure time of Moroccan teens. Leisure of youth is often studied. However, foreign youngsters are not always correctly represented in these studies due to the use of random samples and the low response rate. Therefore, this short term project inventories self collected data regarding the leisure activities of Moroccan teens – the largest foreign community in Antwerp (Belgium) – in order to get insight into how they spend their free time. Both qualitative and quantitative research methods are used. Startdatum / Start date : 2011 Einddatum / End date : 2012 Onderzoeksinstelling / Research institute : AP - Artesis Plantijn hogeschool Antwerpen Onderzoekstype : Praktijkgericht onderzoek Discipline : Sociale wetenschappen Methodologische dimensies : Kwantitatief onderzoek/Kwalitatief onderzoek/Lokaal Link naar een elektronische bron: http://www.sociaalcultureel.be/e-zine/onderzoek/nr02-jonggeleerd.html Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2062 Welk recht op onderwijs voor kinderen in precair verblijf? Een analyse van de situatie van kinderen zonder wettig verblijfsstatuut of met een precair verblijfsstatuut in het lager onderwijs in België / De Clerck, Helene Marie-Lou
![]()
![]()
Titel : Welk recht op onderwijs voor kinderen in precair verblijf? Een analyse van de situatie van kinderen zonder wettig verblijfsstatuut of met een precair verblijfsstatuut in het lager onderwijs in België Andere titel : What about the right to education for children in precarious residency conditions? An analysis of the situation of children in precarious residency conditions in Belgian elementary schools Documenttype: onderzoek Auteurs: De Clerck, Helene Marie-Lou, Onderzoeker ; Carton de Wiart, Estelle, Onderzoeker ; Julie Ryngaert, Onderzoeker ; Christiane Timmerman, Promotor ; Verhoeven, Marie, Co-promotor ; Wouter Vandenhole, Co-promotor ; Mahieu, Paul, Co-promotor Taal : Nederlands (dut) Trefwoorden: Kinderen in kwetsbare situaties:Migratie:Asiel & vluchtelingen
Kinderen in kwetsbare situaties:Minderheden en inheemse volkeren:Minderheden
Onderwijs:AlgemeenSamenvatting: In een poging om immigratie te ontmoedigen worden sociale rechten in het migratiebeleid vaak beperkt. Het recht op onderwijs lijkt de uitzondering op de regel. Deze bijdrage gaat na of het recht op onderwijs – voorbij de juridisch-technische vragen van de personele werkingssfeer van mensenrechtenverdragen en de aard en de betekenis van het recht – in staat is een empowerende hefboom te zijn voor documentloze kinderen, of eerder een verheven ideaal op papier blijft. De Belgische situatie dient als een empirische basis voor onze verkenning. Sociologisch onderzoek heeft aangetoond dat, terwijl een kwantitatieve democratisering van het onderwijs zeer succesvol is geweest, een kwalitatieve democratisering problematisch blijft. Met betrekking tot documentloze kinderen beperken 'real life' obstakels de toegang tot scholen (zowel individueel als institutioneel). Onderzoek wijst ook op psychosociale en institutionele hindernissen die in belangrijke mate gelijke onderwijs- en levenskansen doorheen de schoolloopbaan belemmeren. Ongelijke antwoorden op de organisatorische en pedagogische uitdagingen waar scholen mee geconfronteerd worden door de aanwezigheid van “mobiele” leerlingen versterken de institutionele factoren van onderwijsongelijkheid voor documentloze kinderen. Een belangrijke factor in het begrijpen van de spanning tussen de juridische erkenning van het mensenrecht op onderwijs en de dagelijkse realiteit is de regelrechte tegenstrijdigheid tussen de benadering van onderwijs enerzijds, en van migratie in het algemeen anderzijds. Het lijkt erop dat de volledige uitoefening van het recht op onderwijs door documentloze kinderen een illusie en een onbereikbare belofte zal blijven zolang vele andere mensenrechten, van henzelf en van hun ouders, sterk beperkt worden in het kader van een restrictief migratiebeleid, dat in groeiende mate gekenmerkt wordt door “verveiliging” (securisation). Summary: In migration control policies, social rights are often restricted in order to discourage immigration. The right to education seems to be the exception to the rule. This project examines whether the right to education – beyond legal technical questions of the personal scope of application of human rights treaties, and the nature and the meaning of the right – is able to provide empowering leverage to undocumented children, or rather remains a lofty ideal on paper. An empirical base is provided by the Belgian situation. Sociological research has shown that while quantitative educational democratization has been highly successful, qualitative educational democratisation remains problematic. With regard to undocumented children, real-life limitations to school access (both individual and institutional), as well as psychosocial and institutional impediments during the schooling process seriously limit equal schooling and life opportunities. Unequal responses to organizational and pedagogical challenges that are put to schools by the presence of mobile students reinforce institutional factors of educational inequality for undocumented children. A key factor in understanding the tension between the legal recognition of the human right to education and daily realities is the outright contradiction between the approaches towards education on the one hand, and to migration more generally on the other hand. The latter seems to be increasingly informed by a securisation ideology. The full realisation of the right to education will remain a distant ideal if due to restrictive migration policies many other fundamental rights of themselves and their parents are seriously limited. Startdatum / Start date : 2008 Einddatum / End date : 2010 Output : Helene ML De Clerck, Wouter Vandenhole, Marie Verhoeven, Christiane Timmerman, Paul Mahieu, Julie Ryngaert en Estelle Carton de Wiart (2011) “HET RECHT OP ONDERWIJS VOOR DOCUMENTLOZE KINDEREN: Illusoir recht of empowerende hefboom?” Tijdschrift voor onderwijsrecht en onderwijsbeleid, 4, 287-299./Vandenhole Wouter, De Clerck Helene ML, Verhoeven Marie, Timmerman Chris, Mahieu Paul, Ryngaert Julie, Carton de Wiart Estelle (2011) “Undocumented children and the right to education : illusory right or empowering lever?” International journal of children’s rights, 19, 613-639. Financiering / Funding : Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding/Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Onderzoeksinstelling / Research institute : Université Catholique de Louvain - GIRSEF/Universiteit Antwerpen - CeMIS/Universiteit Antwerpen - Instituut voor Onderwijs en Informatiewetenschappen/Universiteit Antwerpen - UNICEF Chair in Children's Rights Onderzoekstype : Beleidsgericht onderzoek - Beleidsvoorbereidend onderzoek Discipline : Pedagogische wetenschappen - (Ortho)pedagogiek, onderwijskunde, sociale agogiek/Rechtsgeleerdheid/Sociale wetenschappen Methodologische dimensies : (Secundaire) analyse van kwantitatieve crossectionele of longitudinale data/Diepte- en/of expertinterviews/Juridische studie/Literatuurstudie/Momentopname, crossectioneel/Nationaal/Individuen (direct betrokkenen, volwassenen) bestuderen of bevragen/Individuen (intermediairen) bestuderen of bevragen Link naar een elektronische bron: http://cemis.drupalgardens.com/content/ucare-undocumented-children-and-right-edu [...] Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=523 Elektronische documenten

