| Titel : |
De (on)deelbaarheid van het kind |
| Andere titel : |
The (in)divisibility of the child |
| Documenttype: |
onderzoek |
| Auteurs: |
Van Roy, Christine, Onderzoeker ; Senaeve, Patrick, Promotor |
| Taal : |
(nla) |
| Trefwoorden: |
Gezin:Echtscheiding Gezin:Gezag en omgang Justitie:Algemeen
|
| Samenvatting: |
Dit project betreft onderzoek naar de (on)deelbaarheid van het kind. In de huidige generatie is het weinig kinderen gegeven om tot aan het bereiken van hun meerderjarigheid een gezin te vormen met hun beide wettelijke ouders. Gelet op het zeer liberale karakter van de Belgische echtscheidingswetgeving – België heeft na de Scandinavische landen de kortste juridische procedure om uit de echt te scheiden – ligt de drempel naar de echtscheiding laag en kinderen van samenwonende koppels hebben een nog hogere kans om een relatiebreuk van hun ouders mee te maken. In 2006 dwong de Belgische wetgever de rechters voor de eerste maal in een wettelijk keurslijf bij hun oordeel over de verblijfsregelingen van minderjarigen en verplichtte hen om bij betwistingen inzake de verblijfsregeling van kinderen prioritair te onderzoeken of de regeling van co-ouderschap kon uitgesproken worden. In dezelfde wet creëerde hij een coherent wettelijk kader voor dwangmaatregelen, dat een ouder ten goede kon komen bij de weigering tot uitvoering van een verblijfsregeling door de andere ouder. Dit onderzoek beoogt een kritische evaluatie van de huidige wetgeving en rechtspraktijk voor minderjarige kinderen na het beëindigen van het (al dan niet huwelijkse) samenleven van hun ouders. Een empirisch onderzoek zoekt een antwoord op de vraag of de wetgever 8 jaar geleden de juiste keuze maakte door de rechters op te leggen een welbepaalde verblijfsregeling prioritair te onderzoeken. |
| Summary: |
This project concerns research into the (in) divisibility of the child. These days only a limited number of children are privileged to grow up in a family with both legal parents until adulthood. Given the utmost liberal nature of the Belgian divorce law – Belgium features in Europe the shortest legal procedure to divorce, apart from the Scandinavian countries and the Netherlands – the barriers to divorce are low and children of cohabiting couples are even more prone to seeing their parents’ relationship end. In 2006 for the first time the Belgian legislator left judges few space when judging over residence arrangements and forced them to examine with priority whether an arrangement of co-parenthood could be imposed in case a dispute arises. In the same law, he created a coherent legal framework for coercive measures a parent can benefit from in case the other parent refuses to execute the residence arrangement.
This research aims to evaluate critically the current legislation regarding residence arrangements for minor children after the end of their parents’ cohabitation, be it marital or not. Besides a comparative research, also empirical research of unpublished case law concerning residence arrangements of children sensu lato is conducted, aiming firstly to understand how to intervene if a parent obstructs it’s child to contact the other parent en secondly to understand whether the legislator made the right choice 7 years ago to impose the judges to examine a specific residence arrangement with priority. |
| Startdatum / Start date : |
01.10.2011 |
| Einddatum / End date : |
01.10.2015 |
| Onderzoeksinstelling / Research institute : |
KU Leuven |
| Onderzoekstype : |
Theoriegericht, fundamenteel onderzoek - Doctoraatsonderzoek |
| Discipline : |
Pedagogische wetenschappen/Rechtsgeleerdheid |
| Methodologische dimensies : |
Kwantitatief onderzoek/Kwalitatief onderzoek/Literatuur, documentanalyse/Lange termijn, longitudinaal/Regionaal/Analyse dossiers, documenten |
| Vaste link: |
http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2143 |