
| Titel : |
Stepfamily configurations and trajectories following parental divorce: A quantitative study on stepfamily situations, stepfamily relationships and the well-being of children |
| Andere titel : |
Stiefgezinvorming en trajecten na echtscheiding: een kwantitatieve studie over stiefgezinssituaties, stiefgezinsrelaties en het welzijn van kinderen |
| Documenttype: |
onderzoek |
| Auteurs: |
Vanassche, Sofie, Onderzoeker ; Matthijs, Koenraad, Promotor ; Swicegood, Gray, Co-promotor |
| Taal : |
(nla) |
| Trefwoorden: |
Gezin:Echtscheiding
|
| Samenvatting: |
Dit project betreft onderzoek naar stiefgezinsvorming en trajecten na scheiding. Meer specifiek gaat het om een kwantitatieve studie over stiefgezinssituaties, stiefgezinsrelaties en het welzijn van kinderen. De evolutie naar gelijkwaardig ouderschap van mannen en vrouwen na echtscheiding resulteerde de voorbije twee decennia in twee wijzigingen in de Belgische echtscheidingswetgeving: gezagco-ouderschap werd de wettelijke norm in 1995, verblijfsco-ouderschap in 2006. Dit doctoraat handelt over de demografische en gezinssociologische gevolgen daarvan voor stiefgezinnen die ontstaan na (echt)scheiding. Er wordt gebruik gemaakt van twee databronnen: Scheiding in Vlaanderen (SiV) en het Leuvens Adolecenten- en Gezinnenonderzoek (LAGO). Centraal staat de studie van de gevolgen van de vermelde ontwikkelingen voor de vorming, de structuur en de functies van gezinnen na scheiding, als van de gezinsprocessen. Een eerste groep onderzoeksvragen heeft betrekking op de vraag hoeveel kinderen in een stiefgezin leven, en in welke mate dat wordt beïnvloed door de verblijfsregeling. De resultaten tonen dat stiefgezinvorming niet uitzonderlijk is, het komt integendeel vaak voor. In vergelijking met kinderen die voltijds bij de moeder verblijven (de klassieke verblijfsregeling), hebben kinderen in verblijfsco-ouderschap meer kans geconfronteerd te worden met een nieuwe partner van de moeder en om (deeltijds) samen te wonen met de nieuwe partner van vader. Bij vader zijn er ook vaker inwonende kinderen van deze nieuwe partner. Verblijfsco-ouderschap leidt dus tot meer (complexe) stiefgezinvorming. Een tweede groep vragen heeft betrekking op de structuur en de kenmerken van gezinsrelaties binnen stiefgezinnen en de samenhang daarvan met het welzijn van kinderen. Heel wat kinderen hebben een goede relatie met zowel hun ouders als hun stiefouders. Het al dan niet samenwonen is een belangrijke factor voor het opbouwen en onderhouden van een goede relatie met zowel de biologische ouders als de stiefouders. De relatie van kinderen met hun stiefvader is sterk verweven met hun relatie met moeder, maar is onafhankelijk van hun relatie met de vader. Analoog hangt de relatie met de stiefmoeder sterk samen met de relatie met de vader, maar niet met de relatie met de moeder. Ook de relaties tussen de ex-partners en de nieuwe partner zijn relatief onafhankelijk van elkaar, zowel qua emotionele omgang, als qua opvoeding van het (stief)kind. Ex-partners met kinderen in verblijfsco-ouderschap communiceren onderling vaker over het kind dan ex-partners met kinderen die voltijds bij één van beide wonen, maar over het algemeen is de communicatie tussen ex-partners over de opvoeding van het kind beperkt. De ouderlijke band van gescheiden moeders en vaders met hun nieuwe partner is vaak veel sterker dan die met hun ex-partner. Een volgend punt is de samenhang tussen gezinsstructuren, gezinsrelaties en het welzijn van kinderen. Over het algemeen hebben gezinsrelaties een sterker 'effect' op het welzijn van kinderen dan gezinsstructuren, maar de verblijfsregeling speelt hier wel een rol. De resultaten leren dat er nood is aan een 'conditionele' benadering: gezinsstructuren, gezinsprocessen en het welzijn van kinderen hangen complex samen. Er zijn ten slotte weinig verschillen in het emotioneel welzijn van kinderen met gescheiden ouders naargelang de aanwezigheid van een stiefouder. De resultaten suggereren dat de positieve en negatieve effecten van het leven in een stiefgezin in vergelijking met een eenoudergezin elkaar opheffen. Naast de theoretische en methodologische reflecties die uit onze resultaten volgen, zijn er ook beleidsimplicaties. Deze hebben te maken met de bijna exclusieve focus op biologisch ouderschap na scheiding van de voorbije jaren, waarbij het opvallend stil bleef rond de rechten en plichten van (het toenemend aantal) stiefouders. Er zijn ten slotte ook belangrijke genderdimensies verbonden aan de evolutie naar verblijfsco-ouderschap na een ouderlijke scheiding, en dit zowel vanuit het perspectief van biologische ouders als van stiefouders. |
| Summary: |
This project concerns research into stepfamily configurations and trajectories following parental divorce. More specifically, it is a quantitative study on stepfamily situations, stepfamily relationships and the wellbeing of children. The evolution towards more equal parenting after divorce for men and women over the past two decades resulted in two changes in Belgian divorce law: joint legal custody became the legal standard in 1995, joint physical custody in 2006. This doctorate deals with the demographic and sociological implications of these developments for the formation, structure and functions of stepfamilies after divorce and the family processes within these families. We use two data sources: Divorce in Flanders (SIV) and the Leuven Adolescents and Family Study (LAFS). A first group of findings relates to the proportion of children living in a stepfamily formation, and to what extent this proportion is affected by the residence arrangement of the child. Our results demonstrate that stepfamilies following divorce are not exceptional living arrangements: the large majority of the children have at least one parent in a new partner relationship. Compared to children who reside full-time with mother (the traditional custody arrangement), children in a shared residence are more likely to be faced with a new partner of mother and to co-reside (part-time) with a new partner of father. This new partner of father (or stepmother) more often has residential children from a previous relationship than a new partner of mother (or stepfather). Joint physical custody therefore leads to more (complex) stepfamily formation. A second set of questions relates to the structure and characteristics of family relationships within stepfamilies and their association with children’s wellbeing. Many children have a good relationship with both their parents and stepparents. Co-residence is an important factor for building and maintaining a good relationship with all parental figures. The relationship of children with their stepfather is strongly linked to their relationship with mother, but is independent of their relationship with the father. Similarly, the relationship with the stepmother is closely related to the relationship with the father, but not with the relationship with the mother. The relationships between the former partners and the new partner relationship are relatively independent of each other, both in terms of emotional interaction and in terms of co-parenting. Despite the current normative climate stressing the importance of the (biological) parental union following divorce, we found relatively little co-parental communication between ex-partners. Divorced mothers and fathers appear to view their new partners to be their main collaborators in childrearing. Ex-partners with children in shared residence do have more frequent co-parental communication with each other than ex-partners with children living full-time with one parent. A further issue is the relationship between family structure, family relations and child well-being. In general, family relationships are more strongly related to the well-being of children than family structures, but there are important variations according to the residence arrangement of the child. The results indicate the need for more conditional framing of research questions within this field: the interrelatedness of family structures, family processes and the well-being of children is very complex. Finally, there are few differences in the emotional well-being of children with divorced parents depending on the presence of a stepparent. The results suggest that the positive and negative effects of living in a stepfamily compared to living in a single-parent family balance each other out. In addition to the theoretical and methodological reflections that follow from our results, our findings also have important implications for contemporary family policy and family law. These have to do with the almost exclusive focus on biological parenthood after divorce in recent years, and the conspicuous silence about the rights and obligations of the (increasing number of) stepparents. Finally, there are important gender dimensions associated with the evolution towards joint custody of children following parental divorce, both from the perspective of biological parents as from the perspective of stepparents. |
| Startdatum / Start date : |
01.01.2006 |
| Einddatum / End date : |
01.10.2013 |
| Output : |
Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2011). Gedeelde kinderen en plusouders: de verblijfsregeling en de gezinssituatie na scheiding. In: Mortelmans D., Pasteels I., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiding in Vlaanderen, Chapt. 6.Leuven: Acco, 135-151/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsregelingen en welbevinden van kinderen : verschillen naar gezinskenmerken. In: Pasteels I., Mortelmans D., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiden in meervoud : over partners, kinderen en grootouders, Chapt. 11. Leuven: Acco, 265-287/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsregelingen en welbevinden van kinderen: Verschillen naar gezinskenmerken. Relaties en Nieuwe Gezinnen, 3 (11), 1-29/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K., Swicegood, G. (2014). Measuring Post-Divorce Living Arrangements: Theoretical and Empirical Validation of the Residential Calendar. Journal of Family Issues, 35 (1), 125-145. (Citations: 5) (IF most recent: 0.96)/Vanassche, S. (2011). Kameleonjongeren. Kinderen van gescheiden ouders. In: Blikopener, 2, 9-11: Uitgeverij Averbode/Vanassche, S. (2011). Nieuw samengestelde gezinnen. In : Congresboek Leuvens Adolescenten en Gezinnenonderzoek, (Vanassche, S. (Eds.)). LAGO-studiedag. Leuven, 22 September 2011 (pp. 13-16). Leuven: Centrum voor sociologisch onderzoek/Vanassche, S., Corijn, M., Sodermans, A., Matthijs, K. (2013). Gezinstrajecten van ouders en kinderen na een (echt)scheiding. In: Corijn M., Van Peer C. (Eds.), Gezinstransities in Vlaanderen, Chapt. 3. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering, 73-108/Vanassche, S., Matthijs, K. (2012). Deeltijds versus voltijds stiefouderschap. De relatie tussen stiefouders en stiefkinderen in moedergezinnen, vadergezinnen en verblijfsco-ouderschap na scheiding. Tijdschrift voor Sociologie, 33 (3-4), 267-295/Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsco-ouderschap en de relaties tussen ouders en stiefouders. In: Pasteels I., Mortelmans D., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiden in meervoud : over partners, kinderen en grootouders, Chapt. 3.Leuven: Acco, 91-121/Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsco-ouderschap en de relaties tussen ouders en stiefouders. Relaties en Nieuwe Gezinnen, 3 (4), 1-33/Vanassche, S., Matthijs, K. (sup.), Swicegood, G. (cosup.) (2013). Stepfamily configurations and trajectories following parental divorce: A quantitative study on stepfamily situations, stepfamily relationships and the wellbeing of children. Proefschrift tot het verkrijgen van de graad van Doctor in de Sociale Wetenschappen – KU Leuven/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K. (2011). Gezinsrelaties na ouderlijke scheiding: ouders, kinderen en nieuwe partners. In: Mortelmans D., Pasteels I., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiding in Vlaanderen, Chapt. 7. Leuven: Acco,153-168/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K. (2013). Post-divorce custody arrangements and binuclear family structures of Flemish adolescents. Demographic Research, 28 (15), 421-432. (citations: 2) (IF most recent: 1.05). *Joint first authorship/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K., Swicegood, G. (2013). Commuting between two parental households: the association between joint physical custody and adolescent well-being following divorce. Journal of Family Studies, 19 (2), 139-158. (citations: 0) ( IF most recent: 1.140)/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K., Swicegood, G. (2014). The effects of family type, family relationships and parental role models on delinquency and alcohol use among Flemish adolescents. Journal of Child and Family Studies, 23 (1), 128-143. (Citations: 0) (IF most recent: 1.42) |
| Financiering / Funding : |
KU Leuven |
| Onderzoeksinstelling / Research institute : |
KU Leuven |
| Onderzoekstype : |
Theoriegericht, fundamenteel onderzoek - Doctoraatsonderzoek |
| Discipline : |
Sociale wetenschappen |
| Methodologische dimensies : |
(Secundaire) analyse van kwantitatieve crossectionele of longitudinale data/Momentopname, crossectioneel/Regionaal/Individuen (direct betrokkenen, kinderen) bestuderen of bevragen/Individuen (direct betrokkenen, volwassenen) bestuderen of bevragen |
| Link naar een elektronische bron: |
https://lirias.kuleuven.be/handle/123456789/414518 |
| Vaste link: |
http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2247 |
|