
| Titel : |
Joint physical custody and adolescents’ subjective well-being: A personality × environment interaction. |
| Documenttype: |
artikel |
| Auteurs: |
Sodermans, An Katrien, Auteur ; Matthijs, Koenraad, Auteur |
| Uitgegeven: |
Washington, DC : American Psychological Association |
| Publicatiedatum: |
2014 |
| Tijdschrift: |
Journal of Family Psychology Vol. 28, Nr. 3 |
| Paginering : |
346-256 |
| Taal : |
Engels (eng) |
| Trefwoorden: |
Gezin:Echtscheiding Gezondheid en welzijn:Huisvesting
|
| Samenvatting: |
Een gedeelde woonplaats na echtscheiding komt steeds meer op in de meeste westerse landen en wordt juridisch geadviseerd door de wet in België sinds 2006. Het wordt aangenomen dat samenleven met beide ouders na de echtscheiding het welzijn van kinderen verhoogd omwille van een betere ouder-kindrelatie. Maar dat kan ook stressvol zijn wanneer kinderen leven in twee verschillende familie settings. In deze studie werd de associatie tussen de residentiële verblijfplaats van adolescenten en 3 onderdelen van subjectief welbevinden (depressieve gevoelens, tevredenheid met het leven en het gevoel van eigenwaarde) met behulp van de Big Five persoonlijkheidsfactoren onderzocht. De steekproef werd getrokken uit het nationale, representatieve onderzoek over echtscheidingen in Vlaanderen. Het omvat informatie over 506 kinderen van gescheiden ouders tussen de 14 en 21 jaar oud. Onze bevindingen geven een consistent patroon van interacties tussen het bewustzijn en co-ouderschap voor 2 van de 3 subjectieve welzijnsindicatoren weer. Een aantal zaken die gepaard gaan met deze verblijfplaatsen (frequent verhuizen, wonen op 2 plaatsen, aanpassing aan 2 verschillende levensstijlen, enz.) kunnen interfereren met de aard van het geweten van de adolescent: georganiseerd, besteld, en gepland. Onze resultaten leunden aan bij de gedachte van interactie tussen de persoon en zijn omgeving. Op die manier wordt aangetoond dat een behandeling op basis van individuele kenmerken van het kind noodzakelijk is. |
| Summary: |
Shared residence after divorce is rising in most Western countries and legally recommended by law in Belgium since 2006. Living with both parents after divorce is assumed to increase children’s well-being, through a better parent–child relationship, but may also be stressful, as children live in 2 different family settings. In this study, we investigate whether the association between the residential arrangement of adolescents and 3 measures of subjective well-being (depressive feelings, life satisfaction, and self-esteem) is moderated by the Big Five personality factors. The sample is selected from the national representative Divorce in Flanders study and contains information about 506 children from divorced parents between 14- and 21-years-old. Our findings indicated a consistent pattern of interactions between conscientiousness and joint physical custody for 2 of the 3 subjective well-being indicators. The specific demands of this residential arrangement (making frequent transitions, living at 2 places, adjustment to 2 different lifestyles, etc.) may interfere with the nature of conscientious adolescents: being organized, ordered, and planful. Our results showed support for a Person × Environment interaction, and demonstrate the need for considering the individual characteristics of the child when settling postdivorce residential arrangements. |
| Link naar een elektronische bron: |
http://psycnet.apa.org/psycarticles/2014-15228-001 |
| Vaste link: |
http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2888 |
|