
| Titel : |
De cliënt in de integrale jeugdhulpverlening : Over de “meerlagigheid” van het discours |
| Documenttype: |
artikel |
| Auteurs: |
De Koster, Katrien, Auteur |
| Uitgegeven: |
Larcier (Brussel) |
| Publicatiedatum: |
2007 |
| Tijdschrift: |
Tijdschrift voor Jeugd en Kinderrechten (TJK) Vol. 4 |
| Paginering : |
p. 214-220 |
| Taal : |
Nederlands (dut) |
| Trefwoorden: |
Gezondheid en welzijn:Jeugdhulp:Algemeen Kinderrechten (algemeen):Belang van het kind
|
| Samenvatting: |
Dit artikel maakt deel uit van het dossier “Het belang van het kind” van het TJK. De centrale vraag in dit artikel is de volgende: wat is het belang van de cliënt in de integrale jeugdhulpverlening? Volgens de officiële documenten wordt de cliënt in dit project centraal gesteld, wordt de hulpverlening op zijn maat afgestemd en wordt er directer geantwoord op zijn vraag, in plaats van het aanbod een doorslaggevende rol te laten spelen. Integrale jeugdhulpverlening werd in 2000 aangekondigd als een grootschalige hervorming van het geheel van alle diensten die betrokken zijn bij de hulpverlening aan kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar, wat het tot een project met potentieel zeer hoge inzet voor alle betrokkenen (hulpverleners, overheid én cliënten) maakte. Uit onderzoek tijdens de periode van 1998 tot 2004, tijdens het opstarten van het project en het experimenteren in pilootregio’s met de integrale principes, blijkt dat het spreken, het discours, over de cliënt in de loop van het implementatieproces van integrale jeugdhulpverlening sterk afneemt. In dit artikel gaat men dieper in op dit “verdwijnen” van de cliënt in het praten en schrijven over integrale jeugdhulpverlening en stellen de auteurs de vraag wat hier de betekenis van is en welke consequenties dat met zich meebrengt. Daarvoor beschrijven ze eerst hoe het spreken verandert doorheen de verschillende fasen van het project. (Zie ook: M. Bouverne- De Bie en R. Roose, “Het belang van het kind of een vraag naar de legitimiteit van de jeugdbescherming en bijzondere jeugdbijstand”)
Het volledige onderzoek werd ook opgenomen in deze databank, onder volgende link: http://www.kekidatabank.be/opac/index.php?lvl=notice_display&id=536
|
| Summary: |
This article is part of TJK’s file on “The best interests of the child”. The central question at stake concerns the best interests of the client in integrated youth care. According to official documents, the client is the center point of this project, the services are adapted to his needs and more direct answers are given to his demand, instead of letting the offer play the decisive role. In 2000, integrated youth care was announced as a large-scale reformation of all services involved in providing support to all children and young people aged 0 to 18. This made the project a high stake potential for all parties involved (service providers, the government and the clients). Research from the period of 1998 to 2004, when the project first started off and the integrated principles were tried out in pilot regions, shows that the presence in discussions, the discourse, on the client has decreased during the implementation process. This article focusses on this ‘disappearance’ of the client in the talking and writing about integral youth services. The authors question what this means and what the consequences are. They do this by firstly describing how the talking evolves during the different stages of the project. (See also: M. Bouverne- De Bie and R. Roose, “Het belang van het kind of een vraag naar de legitimiteit van de jeugdbescherming en bijzondere jeugdbijstand”).
The full research can also be found in this database: http://www.kekidatabank.be/opac/index.php?lvl=notice_display&id=536 |
| Vaste link: |
http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=805 |
|