Zoeken
Deeldatabanken
Nieuwste aanwinsten
Een conceptueel model van opvoedingsondersteuning: onderzoek naar interacties tussen ouders en tussen ouders en professionelen / Geens, Naomi, Onderzoeker ; Vandenbroeck, Michel, Promotor
Titel : Een conceptueel model van opvoedingsondersteuning: onderzoek naar interacties tussen ouders en tussen ouders en professionelen Documenttype: onderzoek Auteurs: Geens, Naomi, Onderzoeker ; Vandenbroeck, Michel, Promotor Taal : Nederlands (dut) Trefwoorden: Gezin:Opvoeding
Gezondheid en welzijn:Jeugdhulp:Hulp aan (kinderen in) gezinnenSamenvatting: Opvoedingsondersteuning wordt hoofdzakelijk individueel ingevuld. Bijvoorbeeld het pedagogisch adviseren en trainen van opvoedingsvaardigheden nemen daarbij een centrale plaats in. Het relationele aspect, nl. de aandacht die er is voor vele mogelijke relaties tussen een diversiteit aan mensen als een belangrijke vorm van steun bij de opvoeding, is echter onderbelicht. In de wetenschappelijke literatuur omtrent social support zien we enerzijds dat er geen eensgezindheid is over wat men nu precies onderzoekt (informele dan wel formele steun, frequentie van contacten, functie van steun, etc.); anderzijds gaat men wel quasi altijd uit van een vooraf gedefinieerde opvatting van wat sociale steun is (door zich hoofdzakelijk te beperken tot het gebruik van meetschalen) en worden de vele mogelijke betekenissen voor een diversiteit aan ouders niet onderzocht (vb. betekenis van kortstondige contacten, van steun via internetfora, ). De betekenis die momenteel dominant aan sociale steun wordt gehecht, is zijn bufferende werking tegen de negatieve impact die depressie, stress, angst, e.d. bij ouders met zich meebrengen voor de ontwikkeling en opvoeding van kinderen. Dit getuigt echter van een zeer individuele benadering van sociale steun waarbij aandacht voor de wederkerigheid van interacties uit het beeld verdwijnt, evenals het besef dat steun niet altijd als positief wordt ervaren of dat steun ook belangrijk is in tijden dat het goed gaat. Door zich te richten op geestelijke en andere problemen, worden bepaalde groepen ouders als risicogroepen bestempeld omdat zij vaker met een cumulatie van problemen worden geconfronteerd. Dergelijke groepen worden afzonderlijke bestudeerd omdat ze een gelijke ervaring zouden delen. Dit erkent echter twee zaken niet, nl. dat algemene maatschappelijke voorzieningen zich richten op alle mensen (en dus een diversiteit aan mensen) en dat ook contacten tussen diverse groepen over grenzen heen mogelijk en betekenisvol kunnen zijn (cf. onderzoek in de ontmoetingsplaats Baboes). Momenteel hebben we nog maar weinig zicht op de vele mogelijke betekenissen die contacten kunnen hebben in alledaagse situaties waar een diversiteit aan ouders elkaar tegenkomen. We vertrekken hierbij van een visie op opvoeding als gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij opvoeding niet los van de gemeenschap wordt gezien. De opvoedingsondersteunende en gemeenschapsvormende waarde van informele sociale steun is tot nog toe ondergewaardeerd en wordt ook zelden als een mogelijke deelopdracht van de algemene maatschappelijke voorzieningen gezien. Summary: Social support is an important but complex concept. Many researchers have illuminated the numerous positive effects, but also the possible harm residing in social relations. However, current research relies mainly on self-reports, capturing the experience of specific groups of parents who are believed to be at risk. This individualized approach may reinforce the emphasis on the individual responsibility of parents. Moreover, focusing on risk groups implicitly assumes that homogeneity is a condition for parent groups, ignoring the actual diversity as well as the multiple belongings of parents. In current society, the diversities in urban areas cannot be ignored: people do interact with others who are both similar and different. When parenting is seen as a shared responsibility, between state and citizens and among citizens, reciprocity and multivocality can come to the forefront. More attention is needed for practices of parent support that take this complexity, diversity, reciprocity and multivocality in daily micro interactions into account. This includes looking at areas of social work that aim at stimulating parent encounters or social support, but should not be limited to such places and should also include provisions where parents actually meet, such as preschools and schools. Startdatum / Start date : 2012 Einddatum / End date : 2015 Output : Geens, N., Vandenbroeck, M. (2013). Early childhood education and care as a space for social support in urban contexts of diversity. European Early Childhood Education Research Journal, 21, (3). Onderzoeksinstelling / Research institute : Universiteit Gent - Vakgroep Sociale Agogiek Doctoraat / PhD : Doctoraatsonderzoek - PhD research Vaste link: http://www.kekidatabank.be/pmb/opac_css/index.php?lvl=notice_display&id=731 Participatie als een opvoedingsperspectief. Naar een leefwereldorintatie / Cardoen, Dries, Onderzoeker ; Bouverne-De Bie, Maria, Promotor ; Roose, Rudi, Co-promotor
Titel : Participatie als een opvoedingsperspectief. Naar een leefwereldorintatie Documenttype: onderzoek Auteurs: Cardoen, Dries, Onderzoeker ; Bouverne-De Bie, Maria, Promotor ; Roose, Rudi, Co-promotor Taal : Nederlands (dut) Trefwoorden: Kinderrechten (algemeen):Participatie:Algemeen
Vrije tijd, spel en cultuur:JeugdwerkSamenvatting: De actieve vrijetijdsparticipatie van jongeren krijgt recentelijk heel wat aandacht van jeugdonderzoekers uit diverse disciplines. In het bestaande (inter)nationale jeugdonderzoek wordt vrijetijdsparticipatie dominant bestudeerd in relatie tot ruimere maatschappelijke doelstellingen zoals de realisatie van een positieve jeugdige ontwikkeling en sociale integratie. De idee is dat participatie in gestructureerde vrijetijdsinitiatieven jongeren de kennis, vaardigheden en attitudes verschaft, nodig om zich te ontwikkelen tot verantwoordelijke volwassen burgers, in staat om op een volwaardige manier te participeren in de gevestigde samenleving. Die dominante focus op extern bepaalde ontwikkelingsuitkomsten in het bestaande jeugdonderzoek impliceert een gebrek aan (1) theoretische en empirische kennis over de feitelijke betekenis van vrijetijdsparticipatie voor jongeren; en (2) methodologische kennis met bedoeling tot de ontwikkeling van een (jeugd)onderzoeksdesign waarin jongeren daadwerkelijk erkend worden als mede-onderzoekers doorheen alle fasen van het onderzoeksproces. Dit doctoraatsproject wil een bijdrage leveren aan de actuele (1) theoretische en empirische discussie door inzicht te verschaffen in de wijze waarop jongeren zich in vrije tijd doorheen de private, semi-publieke en publieke ruimte bewegen, en de betekenis die ze daaraan verlenen in relatie tot de historische, sociale, ruimtelijke, culturele, economische, politieke - grenzen en mogelijkheden die ze daarbij ervaren: de manier waarop jongeren kunnen, mogen, moeten en willen participeren in hun vrije tijd; (2) methodologische discussie door een participatief onderzoeksopzet te ontwikkelen waarin jongeren daadwerkelijk erkend en betrokken worden als feitelijke mede-onderzoekers doorheen alle fasen van het onderzoeksproces: van probleemdefiniring, dataverzameling, data-analyse tot de ontsluiting en rapportage van de onderzoeksresultaten. Hiertoe introduceert dit doctoraatsproject leefwereldorintatie als theoretisch en methodologisch kader. Summary: The active participation of youngsters in leisure time activities constitutes an important subject of youth research. Within the existing body of international youth research, leisure time participation is dominantly studied in relation to socially desirable outcomes such as positive youth development and social integration. A dominant focus on outcome-oriented youth research imports a lack of knowledge regarding (1) the actual meaning of leisure time in practice and (2) the methodology of youth research in which youngsters actually are acknowledged as co-researchers. This research project aims to contribute to (1) the international body of theoretical and empirical knowledge about youngsters leisure time participation by empirically examining the different ways in which youngsters actually participate in leisure time practices and how they construct and give meaning to their participation in relation to the limits and possibilities they experience while shaping their leisure time; and (2) the international body of methodological knowledge about participatory youth research by constructing a research approach in which youngsters are enabled as co-researchers throughout the entire research process, including problem definition, data gathering, data analysis, and dissemination of the research findings. For this purpose, this PhD project introduces lifeworld orientation as a theoretical and methodological frame of reference. Startdatum / Start date : 01.10.2012 Einddatum / End date : 30.09.2016 Onderzoeksinstelling / Research institute : Universiteit Gent - Vakgroep Sociale Agogiek Doctoraat / PhD : Doctoraatsonderzoek - PhD research Vaste link: http://www.kekidatabank.be/pmb/opac_css/index.php?lvl=notice_display&id=730 Environmental rights and the position of children in environmental law: a childrens rights perspective / van Kalmthout, Danielle, Onderzoeker ; Brems, Eva, Promotor
Titel : Environmental rights and the position of children in environmental law: a childrens rights perspective Documenttype: onderzoek Auteurs: van Kalmthout, Danielle, Onderzoeker ; Brems, Eva, Promotor Taal : Engels (eng) Trefwoorden: Gezondheid en welzijn:Algemeen
Kinderen in kwetsbare situaties:Algemeen
Kinderrechten (algemeen):Belang van het kind:Algemeen
Kinderrechten (algemeen):Kinderrechtenverdragen:Verdrag inzake de Rechten van het Kind:Verdrag inzake de Rechten van het Kind (VRK)
Kinderrechten (algemeen):Participatie:AlgemeenSamenvatting: Meer dan twee decennia na de ondertekening van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, is een deel van de context waarin kinderen leven veranderd. Dit geldt ook voor wijzigingen in de fysieke leefomgeving van kinderen. Het besef dat onze huidige manier van leven niet duurzaam is, confronteert kinderen wereldwijd met nieuwe dreigingen. Natuurlijke hulpbronnen geraken uitgeput door milieuvervuiling, ecosystemen verdwijnen, biodiversiteit gaat verloren. Het milieu bekijken vanuit een kinderperspectief is met name van belang vanwege de specifieke kwetsbaarheid van kinderen. Milieuvervuiling heeft invloed op de gezondheid van kinderen, meer dan bij volwassenen, omdat de lichamen van kinderen in volle ontwikkeling zijn. Kinderen zijn geen kleine volwassenen. Hun huid is dunner, hun immuunsysteem nog niet volledig ontwikkeld, de luchtwegen zijn kleiner en hun proportionele inname van voedsel, water en lucht is groter dan bij volwassenen. De Wereldgezondheidsorganisatie schrijft 1/6 van kindersterfte en ziekte toe aan milieuvervuiling. Astma, allergien en sommige vormen van kanker worden in verband gebracht met milieudegradatie en zijn bijzonder zorgwekkend voor kinderen. Bovendien worden kinderen geraakt door de milieuproblematiek omdat zij de toekomstige volwassenen zijn. Kinderen zijn de reeds bestaande toekomstige generatie. In die zin moeten, indien men de milieudegradatie vanuit een kinderrechtenperspectief bekijkt, naast de beschermingsrechten ook de participatierechten benadrukt worden. Het Verdrag inzake de rechten van het kind is niet specifiek ingegaan op het recht van kinderen op een schoon en gezond milieu. Het Verdrag kan echter, samen met het werk van het Comit voor de Rechten van het Kind, dienen als een leidraad om de milieuproblematiek vanuit een kinderrechtenperspectief te bezien. Dit onderzoek zal milieurechten en de positie van kinderen in milieurecht en -beleid dan ook vanuit een kinderrechtenperspectief analyseren. Summary: More than two decades after the signature of the United Nations Convention on the Rights of the Child, part of the context in which children live has changed. This includes changes to the physical environment. The realization that our current way of life is not sustainable, confronts children worldwide with new threats. Natural resources are threatened by environmental pollution, ecosystems are disappearing, biodiversity is lost. A childrens perspective to environmental issues is relevant firstly because of childrens specific vulnerability. Environmental pollution affects children's health, more than it does adults, because the bodies of children are in full development. Children are not small adults. Their skin is thinner, their immune system not fully developed, the bronchia are smaller and their proportionate intake of food, water and air is larger compared to adults. The World Health Organization ascribes 1/6 of child mortality and disease to environmental pollution. Asthma, allergies, and some types of cancer related to environmental pressures are of particular concern for children. In addition, children are concerned by environmental issues as the future adults they are. Children are the future generation that is already among us. Hence, a childrens perspective on environmental degradation should emphasize participation rights in addition to protection rights. The Convention on the Rights of the Child does not specifically address the children's right to a clean and healthy environment. Yet together with the work of the Committee on the Rights of the Child, it can serve as a guideline to identify a childrens rights perspective to environmental issues. This research aims to analyze environmental rights and the position of children in environmental law from a children's rights perspective. The case study will focus on EU policy and legislation. Startdatum / Start date : 2012 Einddatum / End date : ... Onderzoeksinstelling / Research institute : Universiteit Gent Doctoraat / PhD : Doctoraatsonderzoek - PhD research Vaste link: http://www.kekidatabank.be/pmb/opac_css/index.php?lvl=notice_display&id=703 De Leuvense AdoptieStudie (LAS) / Casalin, Sara, Onderzoeker ; Nijssens, Liesbet, Onderzoeker ; Tang, Eileen, Onderzoeker ; Luyten, Patrick, Promotor ; Vliegen, Nicole, Co-promotor
Titel : De Leuvense AdoptieStudie (LAS) Documenttype: onderzoek Auteurs: Casalin, Sara, Onderzoeker ; Nijssens, Liesbet, Onderzoeker ; Tang, Eileen, Onderzoeker ; Luyten, Patrick, Promotor ; Vliegen, Nicole, Co-promotor Taal : Nederlands (dut) Trefwoorden: Gezin:Adoptie Samenvatting: De Leuvense AdoptieStudie (LAS) ging in het najaar van 2008 van start als het eerste grootschalige longitudinale onderzoek bij Vlaamse adoptiegezinnen waarbij een internationale adoptieprocedure loopt. De focus van het onderzoek is meervoudig en betreft aspecten van: 1) de sociaal-emotionele ontwikkeling van de adoptiekinderen, 2) de ontwikkeling van adoptieouderschap, en 3) de interactie tussen adoptieouders en -kinderen. Hierbij is er oog voor zowel veerkracht- als kwetsbaarheidfactoren. De LAS beoogt hierbij niet alleen kennis te verruimen, maar deze ook ten dienste te stellen van de praktijk en hulpverlening. Deelnemers aan het onderzoek zijn hetereoseksuele ouderparen die een adoptiekind verwachten tussen de 0 en 2,5 jaar. Het gaat telkens om het eerste kindje bij koppels zonder biologische kinderen. Het onderzoek start bij ouders die een toelating kregen van de jeugdrechtbank (geschiktheidsvonnis) om te adopteren en wachten op de komst van een buitenlands adoptiekindje. In het totaal zullen 100 ouderparen aan deze studie deelnemen, zij zullen voorlopig gedurende vijf jaar worden gevolgd. We hopen op bijkomende financiering, zodat het onderzoek verlengd kan worden en zo over een langere periode kan lopen. De onderzoeksmomenten bestaan uit vragenlijsten en een interview en/of observatie. Het eerste onderzoeksmoment vindt plaats wanneer de ouders op de wachtlijst staan, maar nog geen kind toegewezen kregen. Twee tot drie weken na de komst van het kindje, vindt het tweede onderzoeksmoment plaats. Het derde onderzoeksmoment wordt 6 maanden na kindkomst gepland, het vierde 12 maanden erna. Vanaf dan worden de ouders jaarlijks gezien. Elk deelnemend gezin wordt door een vaste en ervaren onderzoeksmedewerker opgevolgd. Op die manier kan continuteit voor ouders en kind verzekerd worden. Deze onderzoeksmedewerkers zijn allen klinisch psychologen die een extra opleiding tot onderzoeksmedewerker kregen. Contactpersoon: Ann-Sofie Viaene (; 0489/57.80.56 Summary: The Leuven Adoption Study (LAS) started late 2008. It is the first large-scale longitudinal study of Flemish families who are on the waiting list for international adoption. The study has a broad focus and involves aspects of: 1) the social-emotional development of adopted children, 2) adoptive parenting, and 3) the interaction between adoptive parents and children. Both resilience and vulnerability factors are considered. The LAS does not only extend current knowledge, but also aims to translate and disseminate research findings to everyday practice. Participants are heterosexual couples who are expecting an adoptive child aged between 0 and 2,5 years. These couples have no biological children and are on the waiting list for their first adoption. The study starts when parents receive court permission to adopt and are on the waiting list for a foreign adoption child. A hundred parents will participate in the study, they will be followed up for at least five years. We hope to find additional funding, so we can extend the study and follow the families for a longer period. The assessments include questionnaires, interviews and/or observations. The first assessment takes place when the parents are on the waiting list before a child is assigned to them. Two to three weeks after the arrival of their adoptive child, the second assessment takes place. The third assessment is 6 months after child arrival, the fourth 12 months after child arrival. From then on, parents are seen on a yearly basis. Each participating family is assigned a research assistant who follows the family throughout the study. In this way continuity for the parents and the child is assured. These research assistants are all clinical psychologists who received an additional research training as a research assistant. Contactperson: Ann-Sofie Viaene (; 0489/57.80.56) Startdatum / Start date : 2008 Einddatum / End date : ... Output : Tang, E., Vliegen, N., Luyten, P. (2012). De betekenis van onvruchtbaarheid in het kader van adoptie. [The meaning of infertility in adoption.] Tijdschrift Klinische Psychologie./Tang, E., Vliegen, N., Luyten, P. (2011). Een verkennende studie naar kwetsbaarheid en veerkracht bij Vlaamse adoptiegezinnen. [Vulnerability and resilience in adoptive families: An exploratory study in Flanders, Belgium.]. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, Kinderpsychiatrie en Klinische Kinderpsychologie, 36(3), 100-117./Permentier, F., Vliegen, N., Luyten, P., Casalin, S., Tang, E., Nijssens, L., et al. (2012). De Leuvense AdoptieStudie: op zoek naar het waarom van moeilijke adopties. Psyche, 24(2), 6-7./Tang, E., Luyten, P., Vliegen, N. (2009). Adoptiepapa in de kijker. [Adoptive fathers in the spotlight.] Brochure, Faculty of Psychology and Educational Sciences, K.U.Leuven, Belgium./Kempke, S., Luyten, P., Van Houdenhove, B., Casalin, S., Tang, E., Vliegen, N. (2010). The relationship between early childhood trauma, personality and affect regulation: A study in primiparous parents. Persisting Shadows of Early and Later Trauma. Joseph Sandler Research Conference. Frankfurt am Main, Germany, 5-7 February 2010./Casalin, S., Permentier, F., Luyten, P., Vliegen, N. (2011). The Leuven Adoption Study (LAS): The role of child temperament, parental personality and mentalization in developmental trajectories of adopted children. Implications of Research on the Neuroscience of Affect, Attachment and Social Cognition Conference. UCL, London, 7-8 May 2011./Casalin, S., Luyten, P., Vliegen, N., Meurs, P. (2012). The structure and longitudinal stability of temperament from infancy to toddlerhood: A one-year prospective study. Infant Behavior & Development, 35, 94-108./Casalin, S. (2011). Temperament van het kind en (adoptie)ouderschap. VAG Tijdschrift, 46(3), 14-15./Vliegen, N., Nijssens, L. (2010). Reflectief ouderschap als antwoord op een gehechtheidsontwikkeling met hindernissen. VAG Tijdschrift, 45(4), 14-15. Onderzoeksinstelling / Research institute : KU Leuven Financiering / Funding : Kind & Gezin Link naar een elektronische bron: http://www.leuvenseadoptiestudie.be/ Vaste link: http://www.kekidatabank.be/pmb/opac_css/index.php?lvl=notice_display&id=686
Het perspectief van kinderen op de relatie tussen de thuis- en de schoolwereld / Lauwers, Hilde, Onderzoeker
|
Kwalitatief onderzoek voor de opmaak van een vragenlijst voor kinderen en jongeren tussen 10 en 18 jaar in Vlaanderen om de incidentie en prevalentie van kindermishandeling en -verwaarlozing te meten / Lauwers, Hilde, Onderzoeker ; Van de Walle, Stpha, Onderzoeker
| ||||||||||||||||||||||||
| Vaste link: | http://www.kekidatabank.be/pmb/opac_css/index.php?lvl=notice_display&id=684 |
Elektronische documenten
Onderzoek naar de beleving van jonge verkeersslachtoffers / Lauwers, Hilde, Onderzoeker ; Van Hove, Geert, Promotor ; Jan Van Gils, Co-promotor
| ||||||||||||||||||||||||||
| Vaste link: | http://www.kekidatabank.be/pmb/opac_css/index.php?lvl=notice_display&id=683 |