
| Titel : |
Children's Rights and Children's Health |
| Documenttype: |
artikel |
| Auteurs: |
Shapshay, Sandra, Auteur |
| Uitgegeven: |
Hoboken [USA] : Wiley-Blackwell |
| Publicatiedatum: |
2008 |
| Tijdschrift: |
Journal of Social Philosophy Vol. 39, No. 4 |
| Paginering : |
583–605 |
| Taal : |
Engels (eng) |
| Trefwoorden: |
Gezondheid en welzijn:Algemeen Kinderrechten (algemeen):Algemeen Kinderrechten (inter)nationaal:Landen en regio's:Amerika:Noord-Amerika:Verenigde Staten
|
| Samenvatting: |
Na decennialange filosofische discussies bestaat er geen federale garantie op gezondheidszorg in de VS, noch consensus over het feit dat alle burgers hier recht op zouden moeten hebben. Het doel van dit artikel bestaat erin om een filosofisch pad te ruimen voor de wettelijke argumenten dat ten minste kinderen dit recht zouden moeten verkrijgen. Eerst en vooral suggereert de auteur dat de morele motivering voor wettelijke aanspraak op onderwijs op redelijke wijze kan en uitgebreid zou moeten worden naar de gezondheidszorg. Vervolgens beargumenteert ze dat het recht voor kinderen op gezondheidszorg een filosofische grondslag vindt in alle grote rechtstheorieën, zelf binnen rechts libertarianisme, de politieke theorie die het meest vijandelijk staat ten aanzien van welvaartsrechten in het algemeen. Haar strategie bestaat eruit om een intrinsieke kritiek te leveren op twee prominent libertaire beschrijvingen van wat verschuldigd is aan kinderen door ouders en de samenleving in het algemeen. Na de interne inconsistenties aan te tonen in de beschrijvingen van Jan Narveson en Tristram Engelhardt, en in het bijzonder een analyse te verrichten over de rechtse libertaire behandeling van de vermeende rechten op gezondheidszorg door Engelhardt, toont de auteur aan dat er geen significante filosofische argumenten bestaan tegen het recht van kinderen op een behoorlijk minimum van gezondheidszorg in de welvarende samenlevingen. Op deze manier tracht ze het pad te ruimen voor filosofen en advocaten om een bredere filosofische en wettelijke basis te verschaffen voor kinderrechten in de gezondheidszorg. Ten slotte verdedigt ze de notie dat een op rechten gebaseerde benadering van kinderwelzijn inderdaad gerechtvaardigd is tegen de argumenten van Faniel Callahan en Onora O’Neill. |
| Summary: |
After decades of philosophical discussion, there is no federally guaranteed right to health care in the United States, nor any consensus that all citizens should have this right. It is the aim of this article to clear the philosophical path for a legal argument that at least children should have this right. First, I suggest that the moral rationale for a legal entitlement to education can reasonably and should be extended to health care. Second, I argue that a child’s right to health care is philosophically well grounded in all major theories of justice, even within right libertarianism, the political theory most hostile to welfare rights in general. My strategy is to offer an immanent critique of two prominent right libertarian accounts of what is owed to children by parents and society in general. After showing the internal inconsistencies in the accounts of Jan Narveson and Tristram Engelhardt, and analyzing in particular the latter’s right libertarian treatment of putative rights to health care, I show that no significant philosophical argument remains against the rights claims of children to a decent minimum of health care in affluent societies. In this way, I seek to clear the path for philosophers and lawyers to offer a broader philosophical and legal grounding for children’s rights to health care. Finally, I defend the notion that a rights-based approach to children’s welfare is indeed justified against the arguments of Daniel Callahan and Onora O’Neill. |
| Link naar een elektronische bron: |
http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1467-9833.2008.00444.x/abstract |
| Vaste link: |
http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=1435 |
|