Trefwoorden
Het resultaat bewaren De zoekopdracht beperkenStepfamily configurations and trajectories following parental divorce: A quantitative study on stepfamily situations, stepfamily relationships and the well-being of children / Vanassche, Sofie
![]()
Titel : Stepfamily configurations and trajectories following parental divorce: A quantitative study on stepfamily situations, stepfamily relationships and the well-being of children Andere titel : Stiefgezinvorming en trajecten na echtscheiding: een kwantitatieve studie over stiefgezinssituaties, stiefgezinsrelaties en het welzijn van kinderen Documenttype: onderzoek Auteurs: Vanassche, Sofie, Onderzoeker ; Matthijs, Koenraad, Promotor ; Swicegood, Gray, Co-promotor Taal : (nla) Trefwoorden: Gezin:Echtscheiding Samenvatting: Dit project betreft onderzoek naar stiefgezinsvorming en trajecten na scheiding. Meer specifiek gaat het om een kwantitatieve studie over stiefgezinssituaties, stiefgezinsrelaties en het welzijn van kinderen. De evolutie naar gelijkwaardig ouderschap van mannen en vrouwen na echtscheiding resulteerde de voorbije twee decennia in twee wijzigingen in de Belgische echtscheidingswetgeving: gezagco-ouderschap werd de wettelijke norm in 1995, verblijfsco-ouderschap in 2006. Dit doctoraat handelt over de demografische en gezinssociologische gevolgen daarvan voor stiefgezinnen die ontstaan na (echt)scheiding. Er wordt gebruik gemaakt van twee databronnen: Scheiding in Vlaanderen (SiV) en het Leuvens Adolecenten- en Gezinnenonderzoek (LAGO). Centraal staat de studie van de gevolgen van de vermelde ontwikkelingen voor de vorming, de structuur en de functies van gezinnen na scheiding, als van de gezinsprocessen. Een eerste groep onderzoeksvragen heeft betrekking op de vraag hoeveel kinderen in een stiefgezin leven, en in welke mate dat wordt beïnvloed door de verblijfsregeling. De resultaten tonen dat stiefgezinvorming niet uitzonderlijk is, het komt integendeel vaak voor. In vergelijking met kinderen die voltijds bij de moeder verblijven (de klassieke verblijfsregeling), hebben kinderen in verblijfsco-ouderschap meer kans geconfronteerd te worden met een nieuwe partner van de moeder en om (deeltijds) samen te wonen met de nieuwe partner van vader. Bij vader zijn er ook vaker inwonende kinderen van deze nieuwe partner. Verblijfsco-ouderschap leidt dus tot meer (complexe) stiefgezinvorming. Een tweede groep vragen heeft betrekking op de structuur en de kenmerken van gezinsrelaties binnen stiefgezinnen en de samenhang daarvan met het welzijn van kinderen. Heel wat kinderen hebben een goede relatie met zowel hun ouders als hun stiefouders. Het al dan niet samenwonen is een belangrijke factor voor het opbouwen en onderhouden van een goede relatie met zowel de biologische ouders als de stiefouders. De relatie van kinderen met hun stiefvader is sterk verweven met hun relatie met moeder, maar is onafhankelijk van hun relatie met de vader. Analoog hangt de relatie met de stiefmoeder sterk samen met de relatie met de vader, maar niet met de relatie met de moeder. Ook de relaties tussen de ex-partners en de nieuwe partner zijn relatief onafhankelijk van elkaar, zowel qua emotionele omgang, als qua opvoeding van het (stief)kind. Ex-partners met kinderen in verblijfsco-ouderschap communiceren onderling vaker over het kind dan ex-partners met kinderen die voltijds bij één van beide wonen, maar over het algemeen is de communicatie tussen ex-partners over de opvoeding van het kind beperkt. De ouderlijke band van gescheiden moeders en vaders met hun nieuwe partner is vaak veel sterker dan die met hun ex-partner. Een volgend punt is de samenhang tussen gezinsstructuren, gezinsrelaties en het welzijn van kinderen. Over het algemeen hebben gezinsrelaties een sterker 'effect' op het welzijn van kinderen dan gezinsstructuren, maar de verblijfsregeling speelt hier wel een rol. De resultaten leren dat er nood is aan een 'conditionele' benadering: gezinsstructuren, gezinsprocessen en het welzijn van kinderen hangen complex samen. Er zijn ten slotte weinig verschillen in het emotioneel welzijn van kinderen met gescheiden ouders naargelang de aanwezigheid van een stiefouder. De resultaten suggereren dat de positieve en negatieve effecten van het leven in een stiefgezin in vergelijking met een eenoudergezin elkaar opheffen. Naast de theoretische en methodologische reflecties die uit onze resultaten volgen, zijn er ook beleidsimplicaties. Deze hebben te maken met de bijna exclusieve focus op biologisch ouderschap na scheiding van de voorbije jaren, waarbij het opvallend stil bleef rond de rechten en plichten van (het toenemend aantal) stiefouders. Er zijn ten slotte ook belangrijke genderdimensies verbonden aan de evolutie naar verblijfsco-ouderschap na een ouderlijke scheiding, en dit zowel vanuit het perspectief van biologische ouders als van stiefouders. Summary: This project concerns research into stepfamily configurations and trajectories following parental divorce. More specifically, it is a quantitative study on stepfamily situations, stepfamily relationships and the wellbeing of children. The evolution towards more equal parenting after divorce for men and women over the past two decades resulted in two changes in Belgian divorce law: joint legal custody became the legal standard in 1995, joint physical custody in 2006. This doctorate deals with the demographic and sociological implications of these developments for the formation, structure and functions of stepfamilies after divorce and the family processes within these families. We use two data sources: Divorce in Flanders (SIV) and the Leuven Adolescents and Family Study (LAFS). A first group of findings relates to the proportion of children living in a stepfamily formation, and to what extent this proportion is affected by the residence arrangement of the child. Our results demonstrate that stepfamilies following divorce are not exceptional living arrangements: the large majority of the children have at least one parent in a new partner relationship. Compared to children who reside full-time with mother (the traditional custody arrangement), children in a shared residence are more likely to be faced with a new partner of mother and to co-reside (part-time) with a new partner of father. This new partner of father (or stepmother) more often has residential children from a previous relationship than a new partner of mother (or stepfather). Joint physical custody therefore leads to more (complex) stepfamily formation. A second set of questions relates to the structure and characteristics of family relationships within stepfamilies and their association with children’s wellbeing. Many children have a good relationship with both their parents and stepparents. Co-residence is an important factor for building and maintaining a good relationship with all parental figures. The relationship of children with their stepfather is strongly linked to their relationship with mother, but is independent of their relationship with the father. Similarly, the relationship with the stepmother is closely related to the relationship with the father, but not with the relationship with the mother. The relationships between the former partners and the new partner relationship are relatively independent of each other, both in terms of emotional interaction and in terms of co-parenting. Despite the current normative climate stressing the importance of the (biological) parental union following divorce, we found relatively little co-parental communication between ex-partners. Divorced mothers and fathers appear to view their new partners to be their main collaborators in childrearing. Ex-partners with children in shared residence do have more frequent co-parental communication with each other than ex-partners with children living full-time with one parent. A further issue is the relationship between family structure, family relations and child well-being. In general, family relationships are more strongly related to the well-being of children than family structures, but there are important variations according to the residence arrangement of the child. The results indicate the need for more conditional framing of research questions within this field: the interrelatedness of family structures, family processes and the well-being of children is very complex. Finally, there are few differences in the emotional well-being of children with divorced parents depending on the presence of a stepparent. The results suggest that the positive and negative effects of living in a stepfamily compared to living in a single-parent family balance each other out. In addition to the theoretical and methodological reflections that follow from our results, our findings also have important implications for contemporary family policy and family law. These have to do with the almost exclusive focus on biological parenthood after divorce in recent years, and the conspicuous silence about the rights and obligations of the (increasing number of) stepparents. Finally, there are important gender dimensions associated with the evolution towards joint custody of children following parental divorce, both from the perspective of biological parents as from the perspective of stepparents. Startdatum / Start date : 01.01.2006 Einddatum / End date : 01.10.2013 Output : Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2011). Gedeelde kinderen en plusouders: de verblijfsregeling en de gezinssituatie na scheiding. In: Mortelmans D., Pasteels I., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiding in Vlaanderen, Chapt. 6.Leuven: Acco, 135-151/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsregelingen en welbevinden van kinderen : verschillen naar gezinskenmerken. In: Pasteels I., Mortelmans D., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiden in meervoud : over partners, kinderen en grootouders, Chapt. 11. Leuven: Acco, 265-287/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsregelingen en welbevinden van kinderen: Verschillen naar gezinskenmerken. Relaties en Nieuwe Gezinnen, 3 (11), 1-29/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K., Swicegood, G. (2014). Measuring Post-Divorce Living Arrangements: Theoretical and Empirical Validation of the Residential Calendar. Journal of Family Issues, 35 (1), 125-145. (Citations: 5) (IF most recent: 0.96)/Vanassche, S. (2011). Kameleonjongeren. Kinderen van gescheiden ouders. In: Blikopener, 2, 9-11: Uitgeverij Averbode/Vanassche, S. (2011). Nieuw samengestelde gezinnen. In : Congresboek Leuvens Adolescenten en Gezinnenonderzoek, (Vanassche, S. (Eds.)). LAGO-studiedag. Leuven, 22 September 2011 (pp. 13-16). Leuven: Centrum voor sociologisch onderzoek/Vanassche, S., Corijn, M., Sodermans, A., Matthijs, K. (2013). Gezinstrajecten van ouders en kinderen na een (echt)scheiding. In: Corijn M., Van Peer C. (Eds.), Gezinstransities in Vlaanderen, Chapt. 3. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering, 73-108/Vanassche, S., Matthijs, K. (2012). Deeltijds versus voltijds stiefouderschap. De relatie tussen stiefouders en stiefkinderen in moedergezinnen, vadergezinnen en verblijfsco-ouderschap na scheiding. Tijdschrift voor Sociologie, 33 (3-4), 267-295/Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsco-ouderschap en de relaties tussen ouders en stiefouders. In: Pasteels I., Mortelmans D., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiden in meervoud : over partners, kinderen en grootouders, Chapt. 3.Leuven: Acco, 91-121/Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsco-ouderschap en de relaties tussen ouders en stiefouders. Relaties en Nieuwe Gezinnen, 3 (4), 1-33/Vanassche, S., Matthijs, K. (sup.), Swicegood, G. (cosup.) (2013). Stepfamily configurations and trajectories following parental divorce: A quantitative study on stepfamily situations, stepfamily relationships and the wellbeing of children. Proefschrift tot het verkrijgen van de graad van Doctor in de Sociale Wetenschappen – KU Leuven/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K. (2011). Gezinsrelaties na ouderlijke scheiding: ouders, kinderen en nieuwe partners. In: Mortelmans D., Pasteels I., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiding in Vlaanderen, Chapt. 7. Leuven: Acco,153-168/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K. (2013). Post-divorce custody arrangements and binuclear family structures of Flemish adolescents. Demographic Research, 28 (15), 421-432. (citations: 2) (IF most recent: 1.05). *Joint first authorship/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K., Swicegood, G. (2013). Commuting between two parental households: the association between joint physical custody and adolescent well-being following divorce. Journal of Family Studies, 19 (2), 139-158. (citations: 0) ( IF most recent: 1.140)/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K., Swicegood, G. (2014). The effects of family type, family relationships and parental role models on delinquency and alcohol use among Flemish adolescents. Journal of Child and Family Studies, 23 (1), 128-143. (Citations: 0) (IF most recent: 1.42) Financiering / Funding : KU Leuven Onderzoeksinstelling / Research institute : KU Leuven Onderzoekstype : Theoriegericht, fundamenteel onderzoek - Doctoraatsonderzoek Discipline : Sociale wetenschappen Methodologische dimensies : (Secundaire) analyse van kwantitatieve crossectionele of longitudinale data/Momentopname, crossectioneel/Regionaal/Individuen (direct betrokkenen, kinderen) bestuderen of bevragen/Individuen (direct betrokkenen, volwassenen) bestuderen of bevragen Link naar een elektronische bron: https://lirias.kuleuven.be/handle/123456789/414518 Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2247
Titel : Tacit notions of childhood : An analysis of discourse about child participation in decision-making regarding arrangements in case of parental divorce Documenttype: artikel Auteurs: Hemrica, Jantine, Auteur ; Heyting, Frieda, Auteur Uitgegeven: Thousand Oaks [USA] : SAGE Publications Publicatiedatum: 2004 Tijdschrift: Childhood Paginering : 449-468 Taal : Engels (eng) Trefwoorden: Gezin:Echtscheiding
Kinderrechten (algemeen):Belang van het kind
Kinderrechten (algemeen):Participatie:AlgemeenSamenvatting: Dit artikel doet verslag over een reconstructie van een aantal belangrijke pragmatische vooronderstellingen in de recente Nederlandse en Engels discussies in wetenschappelijke media over het feit dat kinderen inspraak zouden moeten hebben in het uitwerken van de akkoorden bij een echtscheiding. Pragmatische vooronderstellingen - opvattingen waarvan discussianten impliciet veronderstellen dat ze aangenomen worden door hun publiek - werden geïnterpreteerd als aanwijzend impliciete conventies met betrekking tot de opvattingen van de kindertijd die aan expliciete discussies ten grondslag liggen. De auteurs hebben zich geconcentreerd op de drie dimensies van deze onderliggende conventies: veronderstelde belangen van het kind in het hebben van een stem, vermoedelijk vereiste kindwelzijnperspectief en het rechtenperspectief in deze kwestie. Nader onderzoek toont dat niet alle van de vooronderstellingen die kenmerkend lijken voor de discussie, vanzelfsprekend zijn. Summary: This article reports on a reconstruction of some major pragmatic presuppositions in recent Dutch and English discussions in scientific media about the say children should have in devising settlements after parental divorce. Pragmatic presuppositions – such views as discussants implicitly assume to be taken for granted by their audience – were interpreted as indicating implicit conventions with respect to conceptions of childhood that underlie explicit discussions. We concentrated on three dimensions of such underlying conventions: the child’s supposed interests in having a say, supposedly required competences for having a say, and the supposed links between and relative priority of the child welfare perspective and the rights perspective in this issue. Closer examination reveals that not all of the presuppositions that appear to be characteristic for the discussion at hand are selfevident. Link naar een elektronische bron: http://chd.sagepub.com/content/11/4/449.abstract Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2704 The best interests of the child during divorce and custody proceedings in Belgium: achieving child-friendly litigation / Evelyn Merckx
Titel : The best interests of the child during divorce and custody proceedings in Belgium: achieving child-friendly litigation Andere titel : Kindvriendelijke justitie bij kinderen in omgangszaken na de relatiebreuk van hun ouders Documenttype: onderzoek Auteurs: Evelyn Merckx, Onderzoeker ; Haeck, Yves, Promotor ; Verschelden, Gerd, Co-promotor Taal : (nla) Trefwoorden: Gezin:Echtscheiding
Gezin:Gezag en omgang
Justitie:Kindvriendelijke justitie
Kinderrechten (algemeen):Belang van het kindSamenvatting: Recentelijk woedt de discussie over de vraag of regelingen inzake ouderlijk gezag en omgang niet alleen eerlijk zijn naar de ouders toe, maar ook in het belang van het kind zijn. Deze discussie kwam op gang met de vaststelling in sociologisch onderzoek dat Belgische ouders in een gelijkmatig verdeeld verblijf slechts zelden met elkaar communiceren. Daarnaast zorgen verhitte vechtscheidingen ervoor dat het fenomeen van contactbreuk, waarbij een kind contact weigert met een ouder, op de politieke agenda geplaatst wordt.
De vraag rijst dus hoe men kindvriendelijke justitie kan bereiken in deze gevoelige zaken en hoe men concreet het beginsel van het belang van het kind het beste realiseert met het hoorrecht van het kind indachtig. In sommige zaken gebeurt het immers dat het hoorrecht van het kind automatisch gevolgd wordt, zonder dat men onderzocht heeft of het kind wel vrijuit sprak. In andere zaken daarentegen, wordt het kind niet gehoord, omdat men er (soms ook ten onrechte) vanuit gaat dat het “ouderverstotingssyndroom” aanwezig is.
Deze centrale onderzoeksvragen vallen uiteen in verschillende deelvragen. Allereerst wordt via een literatuurstudie onderzocht wat het internationaalrechtelijk kader is omtrent kindvriendelijke justitie in zaken betreffende ouderlijk gezag en omgang en welke beleidsmatige aanbevelingen er bestaan die opgesteld werden door internationale organisaties.
Ten tweede is het belangrijk gezaghebbende psychologische studies te raadplegen om een antwoord te bieden op de vraag hoe het welzijn van kinderen beïnvloed wordt in omgangszaken en hoe schadelijke gevolgen van de procedure geminimaliseerd kunnen worden.
Ten derde wordt nagegaan in welke mate België reeds dit internationaalrechtelijk kader en de psychologische bevindingen implementeert in de wetgeving, maar ook in de toepassing daarvan door de rechtspraak. Aan de hand van een literatuurstudie en interviews zullen de “best practices” van België behandeld worden. Daarnaast zal het onderzoek ook de problemen aankaarten die nog moeten geremedieerd worden.
Tot slot zal de studie via een rechtsvergelijkend onderzoek enkele veelbelovende praktijken, uitgeoefend door andere staten, toelichten en onderzoeken in welke mate zij een oplossing kunnen bieden voor de problemen die in het derde deel werden besproken.Summary: Recently there has been disagreement about whether arrangements regarding parental authority and custody are not only perceived as fair by the parents, but also whether they are in the best interests of the child. This discussion rose after sociological research that discovered that Belgian parents who practice an equally divided residence regime seldom communicate with each other. Likewise, custody battles ensure that the phenomenon of a child refusing contact with a parent, is a difficult subject on the political agenda.
The question arises to what extent child-friendly justice can be achieved in these sensitive matters and how the principle of the best interests of the child can be realized in combination with the right of the child to be heard. Because sometimes the right of the child to be heard is almost automatically followed, without ensuring that the child speaks freely, without undue pressure of a parent. On the other hand sometimes, children are wrongfully not heard, because a judge considered the child to suffer from “Parental Alienation Syndrome” without sufficiently examining the matter.
These central research questions entail several other questions. Firstly, a literature study will define the international law framework regarding child-friendly justice in matters regarding parental authority and custody. Furthermore, this framework will include policy recommendations drafted by international organizations.
Secondly, it is crucial to consult authoritative psychological studies to answer the question how the well-being of the child is affected by custody cases and how adverse consequences can be minimalized.
Thirdly, the PhD will analyse to what extent Belgium already implements the international law framework and the psychological findings in the law and in the case law of family judges. Through a literature study and interviews will the “best practices” be highlighted. On the other hand, the PhD will discuss the problems that exist and still need to be remedied.
Finally, the PhD will conduct comparative law research in order to distill promising practices in other countries and analyze to what extent these practices can provide an answer for the difficulties that Belgium faces today.Startdatum / Start date : 2014 Einddatum / End date : 2021 Output : E. MERCKX, “EHRM herinnert aan belang hoorrecht bij vechtscheiding”, Juristenkrant 2015, afl. 315, 7./E. MERCKX, “Het EHRM over ouderlijk gezag en verblijf na relatiebreuk”, T. Fam. 2017, 241-264./E. MERCKX, “Verblijfsco-ouderschap en het belang van het kind”, Juristenkrant 2017, afl. 343, 16. Financiering / Funding : Universiteit Gent URL : http://www.hrc.ugent.be/research/childrens-rights-custody-access-proceedings/ Onderzoeksinstelling / Research institute : UGent - Human Rights Centre Onderzoekstype : Theoriegericht, fundamenteel onderzoek - Doctoraatsonderzoek/Beleidsgericht onderzoek - Beleidsvoorbereidend onderzoek/Praktijkgericht onderzoek - Praktijkevaluatief onderzoek Discipline : Rechten/Psychologie Methodologische dimensies : Face-to-face/Kwalitatief onderzoek/Literatuur, documentanalyse/Momentopname, crossectioneel/Nationaal/Analyse dossiers, documenten/Individuen (intermediairen) bestuderen of bevragen Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=3252 De verblijfsregeling van kinderen van gescheiden ouders: een verruimd wettelijk kader / Vasseur, Roeland
![]()
Titel : De verblijfsregeling van kinderen van gescheiden ouders: een verruimd wettelijk kader Documenttype: artikel Auteurs: Vasseur, Roeland, Auteur Uitgegeven: Larcier (Brussel) Publicatiedatum: 2007 Tijdschrift: Tijdschrift voor Jeugd en Kinderrechten (TJK) Vol. 1 Paginering : p. 11-20 Taal : Nederlands (dut) Trefwoorden: Gezin:Echtscheiding
Gezin:Gezag en omgangSamenvatting: Met de wet van 18 juli 2006 wordt de wettelijke omkadering inzake de verblijfsregeling van kinderen van gescheiden ouders in het Burgerlijk Wetboek, versterkt. De wet omvat grosso modo drie luiken. Het eerste luik van de wet voert als het ware een “model” in, hetwelk de rechter dient te volgen bij het nemen van een beslissing omtrent de verblijfsregeling van het kind wiens ouders gescheiden zijn. Een tweede luik behelst een aantal procedurele voorschriften en vernieuwingen in de procedures waarbij dient te worden geoordeeld over dergelijke aangelegenheden. Een derde luik ten slotte, voorziet in een verruiming van het wettelijk kader inzake dwanguitvoering van beslissingen met betrekking tot de verblijfsregeling. In onderhavige bijdrage zullen de voormelde drie luiken inhoudelijk beknopt worden besproken. Summary: The Law of 18 July 2006 strengthens the legal framework for the residence arrangement of children of divorced parents in the Belgian Civil Code. The law roughly has three sections. The first one introduces a kind of “model” for the judge to follow when deciding on a residence arrangement for children of divorced parents. The second sections contains some procedural prescriptions and innovations in procedures dealing with this subject. Finally, the third section provides in an extension of the legal framework relating to compulsory implementation of decisions relating to the residence arrangement. In this contribution, the content of the three aforementioned parts are briefly discussed. Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=814 Elektronische documenten
2007 VASSEUR De verblijfsregeling van kinderen van gescheiden oudersURLVerblijfsregelingen en welbevinden van kinderen: Verschillen in gezinskenmerken. / Sodermans, An Katrien
![]()
Titel : Verblijfsregelingen en welbevinden van kinderen: Verschillen in gezinskenmerken. Documenttype: artikel Auteurs: Sodermans, An Katrien, Auteur ; Vanassche, Sofie, Auteur ; Matthijs, Koenraad, Auteur Uitgegeven: CeLLO Publicatiedatum: 2013 Tijdschrift: Relaties en Nieuwe Gezinnen Vol. 3, Nr. 11 Taal : Nederlands (dut) Trefwoorden: Gezin:Echtscheiding
Gezondheid en welzijn:Algemeen
Gezondheid en welzijn:HuisvestingSamenvatting: Sinds 2006 werd het verblijfsco-ouderschap na scheiding als voorkeursregeling opgenomen in de Belgische wet. Buitenlands onderzoek toonde aan dat kinderen doorgaans een hoger welbevinden vertonen in verblijfco-ouderschap dan in een eenouderverblijf. Deze studie onderzocht de relatie tussen de verblijfsregeling van 707 Vlaamse kinderen tussen 10 en 21 jaar oud en hun subjectief welbevinden. Daarbij werd ook de rol van drie gezinskenmerken bestudeerd: ouderlijk conflict, de ouder-kindrelatie en de aanwezigheid van stiefouders. De data van het 'Scheiding in Vlaanderen' onderzoek werden gebruikt. Er waren geen verschillen in subjectief welbevinden naargelang de verblijfsregeling van kinderen, onder controle van socio-economische en demografische achtergrondkenmerken. Bovendien was er geen modererende invloed van de drie gezinskenmerken op de relatie tussen verblijfsregeling en subjectief welbevinden. Verblijsco-ouderschap lijkt een betere relatie tussen kind en beide ouders te faciliteren in vergelijking met een eenouderverblijf. In verblijfsco-ouderschap is er gemiddeld genomen iets meer conflict dan in een eenouderverblijf, maar dat blijft beperkt tot een niveau dat niet schadelijk is voor het welbevinden. Summary: Sinds 2006, a legal recommendation for joint physical custody is included in the Belgian custody law. Earlier research showed that children in joint physical custody have in general better outcomes than children in sole custody arrangements. This study examines the association between joint physical custody and adolescent wellbeing and whether this relationship is conditioned by the degree of parental conflict, the quality of the parent-child relationship and the complexity of the family configuration of mother and father. We use from the Divorce in Flanders survey, and we have information on 707 children between 10 and 21 years old with divorced parents. Overall, the subjective wellbeing of children in joint physical custody was similar to that of children in other custody arrangements. We found no support for moderating effects of parental conflict, quality of relationship with mother and father, and the presence of a new partner in the parental households. Joint physical custody seems to facilitate a better parent-child relationship with both parents when compared to sole custody. In joint physical custody, parents have more occasional conflicts, but this is limited to a level that is not harmful for children. Link naar een elektronische bron: http://www.relatiesennieuwegezinnen.be/Jaargangen/2013 - Vol3/ReNG Vol3Nr1 [...] Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2890 Voices of minor children heard and unheard in judicial divorce proceedings in the Netherlands / Coenraad, L.M.
![]()
PermalinkPermalinkWet van 19 maart 2010 ter bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen / Brouwers, Steven
![]()
PermalinkPermalink


