
| Titel : |
Parenting apart together. Studies on joint physical custody arrangements in Flanders (Belgium) |
| Andere titel : |
Ouderschap samen maar toch apart. Studie rond verblijfsco-ouderschap in Vlaanderen |
| Documenttype: |
onderzoek |
| Auteurs: |
Sodermans, An Katrien, Onderzoeker ; Matthijs, Koenraad, Promotor ; Swicegood, Gray, Co-promotor |
| Taal : |
(nla) |
| Trefwoorden: |
Gezin:Echtscheiding Gezin:Gezag en omgang
|
| Samenvatting: |
Dit project betreft onderzoek naar verblijfsco-ouderschap in Vlaanderen. Steeds meer kinderen van wie de ouders scheidden, wonen afwisselend bij hun moeder en vader. België vormt een ideale context om dit te bestuderen: het heeft één van de hoogste echtscheidingscijfers van Europa en sinds 2006 wordt verblijfsco-ouderschap er bij wet gestimuleerd. Dit doctoraatsonderzoek is een bundeling van zeven studies aangaande het meten, het definiëren en het evalueren van de gevolgen van verblijfsco-ouderschap in Vlaanderen. Er wordt gebruik gemaakt van twee databronnen. Het onderzoek ‘Scheiding in Vlaanderen’ levert informatie over ruim 2000 gescheiden koppels en 700 kinderen. Het ‘Leuvens Adolescenten- en Gezinnenonderzoek’ bevat informatie over 1500 middelbare scholieren met gescheiden ouders. Om de verblijfsregeling van de kinderen in kaart te brengen, wordt een nieuw instrument ontwikkeld en gevalideerd: de verblijfskalender. Vroeger onderzoek leert dat verblijfsco-ouderschap gunstig is voor kinderen na scheiding. Kinderen die in beide ouderlijke huishoudens opgroeien, beschikken immers over meer ouderlijke hulpbronnen dan kinderen uit eenoudergezinnen. Onze resultaten tonen echter aan dat de positieve samenhang tussen verblijfsco-ouderschap en het welbevinden van kinderen deels te wijten is aan schijnverbanden. Ouders die opteren voor verblijfsco-ouderschap zijn gemiddeld hoger opgeleid en maken minder ruzie met elkaar dan ouders die voor een moederverblijf kiezen. Door de wettelijke implementatie van verblijfsco-ouderschap is dat in Vlaanderen veranderd. Verblijfsco-ouderschap komt nu gelijk voor onder lager opgeleide en meer frequent ruziënde ouderparen. Kinderen met verblijfsco-ouderschap hebben een betere relatie met beide ouders dan kinderen met een eenouderverblijf. Het welbevinden van kinderen met verblijfsco-ouderschap is vergelijkbaar met dat van kinderen in andere verblijfsregelingen. Onder bepaalde omstandigheden (veel ouderlijke conflicten, slechte ouder-kindrelatie) blijkt een verblijfsco-ouderschap minder gunstig voor kinderen dan een moederverblijf. Onze resultaten bevestigen dat de moeilijkheden verbonden aan verblijfsco-ouderschap (o.a. het veelvuldig verhuizen) moeilijker zijn voor adolescenten die veel belang hechten aan orde en regelmaat. Het kan dus van belang zijn om rekening te houden met de individuele eigenschappen van kinderen bij het opstellen van verblijfsregelingen. De evolutie naar gedeeld ouderschap heeft zowel positieve als negatieve gevolgen voor de ouders. Vaders hebben meer mogelijkheden om hun kinderen te zien opgroeien, maar ze rapporteren wel iets moeilijkere ouder-kindcommunicatie. Co-moeders hebben een minder hechte band met hun kinderen dan voltijds residentiële moeders, maar ze hebben een actiever sociaal leven, wat positief is voor hun subjectief welbevinden. Verblijfsco-ouderschap en genderneutraal ouderschap zijn in volle expansie in Vlaanderen. Dat verblijfsco-ouderschap zo verschillende, soms ook conflictueuze gevolgen heeft voor vaders, moeders en kinderen maakt het beleidsmakers extra moeilijk. |
| Summary: |
This project concerns research into joint physical custody arrangements in Flanders. Across Europe, increasing numbers of children are commuting between the homes of their mother and father after parental divorce. Belgium provides an excellent context to study this phenomenon because divorce rates are among the highest in Europe and the legal system has recommended joint physical custody as the preferred post-divorce residential model since 2006. This dissertation consists of seven studies involved with measuring, defining and evaluating the consequences of joint physical custody in Flanders. Two data sources are used. The multi-actor study ‘Divorce in Flanders’ provides information on more than 2000 divorced couples and 700 of their children. The Leuven Adolescents and Family Study (LAFS) provides information on 1500 adolescents with divorced or separated parents attending secondary schools. Initially, a new instrument for measuring residential arrangements of children is proposed and validated: the residential calendar. According to prior research, joint physical custody seems beneficial for children. However, our evidence suggests that the positive association between joint physical custody and child outcomes is partially due to selection effects. After the implementation of the legal changes, joint custody couples are more likely to be in conflict and less likely to have high socio-economic standing than before the legal changes occurred. The well-being of children in joint physical custody is similar to that of children in other custody arrangements. However, under certain circumstances (high conflict, worse parent-child relationships) joint physical custody can become negatively related to child well-being. Our findings are in line with the hypothesis that the specific demands of joint physical custody arrangements can interfere with the nature of conscientious adolescents: being organized and focusing on order and planning. These results demonstrate the need for attending to the individual characteristics of the child when settling post-divorce residential arrangements. The shift towards shared care after divorce has both positive and negative effects for parents. Gender neutral parenting arrangements have given fathers the opportunity to become more involved in their children’s lives, but the level of difficult communication with their children has increased. Joint physical custody mothers have a less close bond with their children than sole custody mothers, but have a more active social life, which enhances their general well-being. New normative frameworks and more gender neutral parenting laws have resulted in the rise of joint physical custody arrangements in Flanders over the past decades. Therefore, balancing the interests of mothers, fathers and children has become more difficult than ever, generating a considerable number of policy issues for the future. |
| Startdatum / Start date : |
01.08.2007 |
| Einddatum / End date : |
01.10.2013 |
| Output : |
Botterman, S., Sodermans, A., Matthijs, K. (2013). Het sociaal leven van gescheiden ouders : wat is de rol van de verblijfsregeling?. In: Pasteels I., Mortelmans D., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiden in meervoud : over partners, kinderen en grootouders, Chapt. 4. Leuven: Acco, 123-141/Botterman, S., Sodermans, A., Matthijs, K. (2013). Het sociaal leven van gescheiden ouders: wat is de rol van de verblijfsregeling?. Relaties en Nieuwe Gezinnen, 3(5), 1-23/Botterman, S., Sodermans, A., Matthijs, K. (2014). The social life of divorced parents. Do custody arrangements make a difference in divorced parents’ social participation and contacts?. Leisure Studies, , art.nr. 10.1080/02614367.2014.938768/Sodermans, A., Botterman, S., Havermans, N., Matthijs, K. (2014). Involved fathers, liberated mothers? Joint physical custody and the subjective well-being of divorced parents. Social Indicators Research/Sodermans, A., Matthijs, K. (2014). Joint Physical Custody and Adolescents' Subjective Well-being: A Personality × Environment Interaction. Journal of Family Psychology, 28(3), 346-356/Sodermans, A., Matthijs, K. (sup.), Swicegood, G. (cosup.) (2013). Parenting apart together. Studies on joint physical custody arrangements in Flanders/Sodermans, A., Matthijs, K., Swicegood, G. (2013). Characteristics of joint physical custody families in Flanders. Demographic Research, 28(29), 821-848/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2011). Gedeelde kinderen en plusouders: de verblijfsregeling en de gezinssituatie na scheiding. In: Mortelmans D., Pasteels I., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiding in Vlaanderen, Chapt. 6. Leuven: Acco, 135-151/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Post-divorce custody arrangements and binuclear family structures of Flemish adolescents. Demographic Research, 28(15), 421-432/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsregelingen en welbevinden van kinderen : verschillen naar gezinskenmerken. In: Pasteels I., Mortelmans D., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiden in meervoud : over partners, kinderen en grootouders, Chapt. 11. Leuven: Acco, 265-287/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsregelingen en welbevinden van kinderen: Verschillen naar gezinskenmerken. Relaties en Nieuwe Gezinnen, 3(11), 1-29/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K., Swicegood, G. (2014). Measuring Post-Divorce Living Arrangements: Theoretical and Empirical Validation of the Residential Calendar. Journal of Family Issues, 35(1), 125-145/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K., Swicegood, G. (2013). Commuting between two parental households: the association between joint physical custody and adolescent well-being following divorce. Journal of Family Studies, 19(2), 139-158 |
| Financiering / Funding : |
Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Techologie (IWT)/Strategisch Basisonderzoek - SBO |
| Onderzoeksinstelling / Research institute : |
KU Leuven |
| Onderzoekstype : |
Theoriegericht, fundamenteel onderzoek - Doctoraatsonderzoek |
| Discipline : |
Pedagogische wetenschappen - (Ortho)pedagogiek, onderwijskunde, sociale agogiek/Rechtsgeleerdheid/Sociale wetenschappen |
| Methodologische dimensies : |
(Secundaire) analyse van kwantitatieve crossectionele of longitudinale data/Momentopname, crossectioneel/Regionaal/Individuen (direct betrokkenen, kinderen) bestuderen of bevragen/Individuen (direct betrokkenen, volwassenen) bestuderen of bevragen |
| Vaste link: |
http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2243 |
|