Auteursfiche
Auteur Swicegood, Gray |
Beschikbare documenten van deze auteur
Het resultaat bewaren De zoekopdracht beperken"Commuting between two parental households: the association between joint physical custody and adolescent wellbeing following divorce" / Vanassche, Sofie
![]()
![]()
Titel : "Commuting between two parental households: the association between joint physical custody and adolescent wellbeing following divorce" Documenttype: artikel Auteurs: Vanassche, Sofie, Auteur ; Sodermans, An Katrien, Auteur ; Matthijs, Koenraad, Auteur ; Swicegood, Gray, Auteur Uitgegeven: eContent Management Pty Ltd Publicatiedatum: 2013 Tijdschrift: Journal of Family Studies Vol. 19, Nr. 2 Taal : Engels (eng) Trefwoorden: Gezin:Echtscheiding
Gezondheid en welzijn:Algemeen
Gezondheid en welzijn:HuisvestingSamenvatting: Deze studie onderzoekt het verband tussen co-ouderschap en het welzijn van adolescenten en of deze relatie wordt bepaald door de mate van ouderlijk conflict, de kwaliteit van de ouder-kind relatie en de complexiteit van de organisatie van de familie van moeder en vader. We maken gebruik van de gegevens van de LAGO-project waarin informatie over 1570 kinderen met gescheiden ouders te vinden is. In het algemeen is het welzijn van kinderen bij co-ouderschap min of meer gelijk aan dat van kinderen in een andere ouderschapssituatie. Toch kan het co-ouderschap onder bepaalde omstandigheden op een negatieve manier gekoppeld worden aan het welzijn van het kind. De modererende effecten blijken ouderlijk conflict, de kwaliteit van de relatie met moeder en vader en de aanwezigheid van een nieuwe partner te zijn. Summary: This study examines the association between joint physical custody and adolescent wellbeing and whether this relationship is conditioned by the degree of parental conflict, the quality of the parent–child relationship and the complexity of the family configuration of mother and father. We use data from the LAGO-project, containing information on 1,570 children with divorced parents. Overall the wellbeing of children in joint physical custody is similar to that of children in other custody arrangements. However, under certain circumstances joint physical custody can become negatively related to child wellbeing. We find support for the moderating effects of parental conflict, quality of the relationship with mother and father, and the presence of a new partner in the parental households. Link naar een elektronische bron: http://soc.kuleuven.be/web/newsitem/6/30/eng/893 Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2889 Elektronische documenten
![]()
Output: Stepfamily configurations and trajectories following parental divorce: A quantitative study on stepfamily situations, stepfamily relationships and the well-being of childrenURL
Titel : Gezinsconfiguraties, gezinstrajecten en de onderwijsuitkomsten van kinderen Andere titel : Family configurations, family trajectories and the educational outcomes for children Documenttype: onderzoek Auteurs: Havermans, Nele, Onderzoeker ; Matthijs, Koenraad, Promotor ; Swicegood, Gray, Co-promotor Taal : (nla) Trefwoorden: Gezin:Echtscheiding
Onderwijs:AlgemeenSamenvatting: Dit project betreft onderzoek naar gezinsconfiguraties, gezinstrajecten en de onderwijsuitkomsten van kinderen. Het hoge scheidingscijfer in België kan de belangrijke rol van het gezin voor de ontwikkeling van het kind bemoeilijken. Eerder onderzoek heeft reeds aangetoond dat een ouderlijke echtscheiding vaak samenhangt met lagere onderwijsuitkomsten van kinderen. Dit doctoraatsproject gaat na waarom en op welke manier een echtscheiding de onderwijsuitkomsten van kinderen kan bemoeilijken. Het doctoraatsproject behandelt vijf onderzoeksvragen. De eerste onderzoeksvraag gaat na of het effect van echtscheiding op de onderwijsuitkomsten van kinderen verklaard kan worden door economische deprivatie, ouderlijk conflict en de kwaliteit van de ouder-kindrelatie. De tweede onderzoeksvraag behandelt de relatie tussen verblijfsregelingen na scheiding en de onderwijsuitkomsten van kinderen. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de verklarende rol van de ouder-kindrelatie en selectiemechanismen. Een derde onderzoeksvraag kijkt naar de vraag of de relatie tussen echtscheiding en onderwijsuitkomsten verschilt naargelang het opleidingsniveau van ouders en welke mechanismen eventuele verschillen kunnen verklaren. De vierde onderzoeksvraag gaat de relatie tussen de gezinstrajecten van kinderen en hun schoolloopbaan na. De focus ligt op het aantal transities in het gezinstraject (i.e. echtscheiding of ‘herpartneren’ van ouders), de leeftijd van het kind bij iedere transitie, en de gezinsconfiguraties in het traject. De laatste onderzoeksvraag behandelt het effect van gezinstransities op de kansen op zittenblijven of veranderen van studierichting bij kinderen. Summary: This project concerns research into the family configurations, family trajectories and the educational outcomes for children. The high divorce rate in Belgium may complicate the family’s important role in the development of the child. Previous research has demonstrated that experiencing parental divorce yields negative consequences for children’s educational outcomes. In this PhD project, a contribution to the description of the association between divorce and children’s educational outcomes in Flanders is aimed at by investigating why and how children’s educational outcomes are affected by divorce. The analyses are performed on the 'Divorce in Flanders' dataset and the 'Leuven Adolescent and Family Research (LAFS' dataset. The PhD project encompasses five research papers. In the first paper, the mediating role of economic deprivation, parent-child relationship quality and parental conflict in the relation between parental divorce and children’s educational outcomes is examined. In a second paper, the relation between custody arrangements and children’s educational outcomes is studied. Special attention is given to the mediating role of the parent-child relationship and selection mechanisms. In the third paper, it is investigated (1) whether the effect of divorce on educational outcomes differs according to parents’ educational level; and (2) which mechanisms explain this differential effect. The fourth paper deals with family trajectories of children and their educational career. This paper focuses on a number of family transitions (i.e. divorce and parental ‘repartnering’), age of the child at time of each transition, and the different family configurations in children’s family trajectories. The final paper looks at the effects of family transitions on children’s risks of grade repetition and track change. Startdatum / Start date : 01.09.2011 Einddatum / End date : 01.12.2014 Output : Havermans, N., Botterman, S., Matthijs, K. (2014). Family Resources as Mediators in the Relation between Divorce and Children's School Engagement. Social Science Journal/Havermans, N., Botterman, S., Matthijs, K. (forthcoming). Children at risk. Effects of socioeconomic background and family dissolution on children’s school engagement. The mediating role of family connections. In: , Perspectives on Youth EU/CoE Youth Partnership/Havermans, N., Vanassche, S., Botterman, S., Matthijs, K. (2013). Gezinstrajecten en schoolloopbanen van kinderen. In: Corijn M., Van Peer C. (Eds.), bookseries: SVR-Studie, vol: 2013/2, Gezinstransities in Vlaanderen, Chapt. 11. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering, 285-308/Havermans, N., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). De invloed van ouderlijke echtscheiding op schoolloopbanen. In: Pasteels I., Mortelmans D., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiden in meervoud : over partners, kinderen en groutouders, Chapt. 12. Leuven: Acco, 289-309/Havermans, N., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). De invloed van ouderlijke echtscheiding op schoolloopbanen. Relaties en Nieuwe Gezinnen, 3(12), 1-25 Financiering / Funding : Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) Onderzoeksinstelling / Research institute : KU Leuven Onderzoekstype : Theoriegericht, fundamenteel onderzoek - Doctoraatsonderzoek/Beleidsgericht onderzoek - Beleidsvoorbereidend onderzoek Discipline : Pedagogische wetenschappen - (Ortho)pedagogiek, onderwijskunde, sociale agogiek/Sociale wetenschappen Methodologische dimensies : (Secundaire) analyse van kwantitatieve crossectionele of longitudinale data/Momentopname, crossectioneel/Regionaal/Individuen (direct betrokkenen, kinderen) bestuderen of bevragen Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2246 Measuring Postdivorce Living Arrangements. Theoretical and Empirical Validation of the Residential Calendar. / Sodermans, An Katrien
![]()
![]()
Titel : Measuring Postdivorce Living Arrangements. Theoretical and Empirical Validation of the Residential Calendar. Documenttype: artikel Auteurs: Sodermans, An Katrien, Auteur ; Vanassche, Sofie, Auteur ; Matthijs, Koenraad, Auteur ; Swicegood, Gray, Auteur Uitgegeven: Thousand Oaks [USA] : SAGE Publications Publicatiedatum: 2014 Tijdschrift: Journal of Family Issues Vol. 35, Nr. 1 Paginering : 125-145 Taal : Engels (eng) Trefwoorden: Gezin:Echtscheiding
Gezondheid en welzijn:HuisvestingSamenvatting: In dit artikel presenteren we een nieuwe methode voor het meten van residentiële arrangementen van kinderen na een echtscheiding . We bespreken de beperkingen van conventionele methoden wat betreft het meten van de residentiële situaties van kinderen na de scheiding. De belangrijkste doelstelling is om een veelbelovend alternatief, namelijk de residentiële kalender te presenteren. Het nut van deze kalender wordt geëvalueerd met behulp van de gegevens afkomstig uit het Leuvense Adolescenten en Gezinnen project. Dit project omvat een steekproef van 878 Vlaamse jongeren die een scheiding hebben ervaren. Verschillende inhoudelijke en methodologische argumenten en ondersteunende analyses illustreren de potentiële meerwaarde van de residentiële kalender voor het verzamelen van beleidsrelevante gegevens over de gevolgen van de echtscheiding . Summary: In this article, we present a new method for measuring residential arrangements of children following parental divorce. We discuss the limitations of conventional methods for measuring postdivorce residential situations of children, but our principal objective is to present a promising alternative, the residential calendar. We evaluate its utility with data coming from the Leuven Adolescents and Families project, collected from a sample of 878 Flemish adolescents, who have experienced a parental breakup. Several substantive and methodological arguments and supporting analyses illustrate the potential value of the residential calendar for collecting policy-relevant data on the consequences of divorce. Link naar een elektronische bron: http://jfi.sagepub.com/content/35/1/125.abstract Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2887 Elektronische documenten
![]()
Output: Stepfamily configurations and trajectories following parental divorce: A quantitative study on stepfamily situations, stepfamily relationships and the well-being of childrenURLParenting apart together. Studies on joint physical custody arrangements in Flanders (Belgium) / Sodermans, An Katrien
Titel : Parenting apart together. Studies on joint physical custody arrangements in Flanders (Belgium) Andere titel : Ouderschap samen maar toch apart. Studie rond verblijfsco-ouderschap in Vlaanderen Documenttype: onderzoek Auteurs: Sodermans, An Katrien, Onderzoeker ; Matthijs, Koenraad, Promotor ; Swicegood, Gray, Co-promotor Taal : (nla) Trefwoorden: Gezin:Echtscheiding
Gezin:Gezag en omgangSamenvatting: Dit project betreft onderzoek naar verblijfsco-ouderschap in Vlaanderen. Steeds meer kinderen van wie de ouders scheidden, wonen afwisselend bij hun moeder en vader. België vormt een ideale context om dit te bestuderen: het heeft één van de hoogste echtscheidingscijfers van Europa en sinds 2006 wordt verblijfsco-ouderschap er bij wet gestimuleerd. Dit doctoraatsonderzoek is een bundeling van zeven studies aangaande het meten, het definiëren en het evalueren van de gevolgen van verblijfsco-ouderschap in Vlaanderen. Er wordt gebruik gemaakt van twee databronnen. Het onderzoek ‘Scheiding in Vlaanderen’ levert informatie over ruim 2000 gescheiden koppels en 700 kinderen. Het ‘Leuvens Adolescenten- en Gezinnenonderzoek’ bevat informatie over 1500 middelbare scholieren met gescheiden ouders. Om de verblijfsregeling van de kinderen in kaart te brengen, wordt een nieuw instrument ontwikkeld en gevalideerd: de verblijfskalender. Vroeger onderzoek leert dat verblijfsco-ouderschap gunstig is voor kinderen na scheiding. Kinderen die in beide ouderlijke huishoudens opgroeien, beschikken immers over meer ouderlijke hulpbronnen dan kinderen uit eenoudergezinnen. Onze resultaten tonen echter aan dat de positieve samenhang tussen verblijfsco-ouderschap en het welbevinden van kinderen deels te wijten is aan schijnverbanden. Ouders die opteren voor verblijfsco-ouderschap zijn gemiddeld hoger opgeleid en maken minder ruzie met elkaar dan ouders die voor een moederverblijf kiezen. Door de wettelijke implementatie van verblijfsco-ouderschap is dat in Vlaanderen veranderd. Verblijfsco-ouderschap komt nu gelijk voor onder lager opgeleide en meer frequent ruziënde ouderparen. Kinderen met verblijfsco-ouderschap hebben een betere relatie met beide ouders dan kinderen met een eenouderverblijf. Het welbevinden van kinderen met verblijfsco-ouderschap is vergelijkbaar met dat van kinderen in andere verblijfsregelingen. Onder bepaalde omstandigheden (veel ouderlijke conflicten, slechte ouder-kindrelatie) blijkt een verblijfsco-ouderschap minder gunstig voor kinderen dan een moederverblijf. Onze resultaten bevestigen dat de moeilijkheden verbonden aan verblijfsco-ouderschap (o.a. het veelvuldig verhuizen) moeilijker zijn voor adolescenten die veel belang hechten aan orde en regelmaat. Het kan dus van belang zijn om rekening te houden met de individuele eigenschappen van kinderen bij het opstellen van verblijfsregelingen. De evolutie naar gedeeld ouderschap heeft zowel positieve als negatieve gevolgen voor de ouders. Vaders hebben meer mogelijkheden om hun kinderen te zien opgroeien, maar ze rapporteren wel iets moeilijkere ouder-kindcommunicatie. Co-moeders hebben een minder hechte band met hun kinderen dan voltijds residentiële moeders, maar ze hebben een actiever sociaal leven, wat positief is voor hun subjectief welbevinden. Verblijfsco-ouderschap en genderneutraal ouderschap zijn in volle expansie in Vlaanderen. Dat verblijfsco-ouderschap zo verschillende, soms ook conflictueuze gevolgen heeft voor vaders, moeders en kinderen maakt het beleidsmakers extra moeilijk. Summary: This project concerns research into joint physical custody arrangements in Flanders. Across Europe, increasing numbers of children are commuting between the homes of their mother and father after parental divorce. Belgium provides an excellent context to study this phenomenon because divorce rates are among the highest in Europe and the legal system has recommended joint physical custody as the preferred post-divorce residential model since 2006. This dissertation consists of seven studies involved with measuring, defining and evaluating the consequences of joint physical custody in Flanders. Two data sources are used. The multi-actor study ‘Divorce in Flanders’ provides information on more than 2000 divorced couples and 700 of their children. The Leuven Adolescents and Family Study (LAFS) provides information on 1500 adolescents with divorced or separated parents attending secondary schools. Initially, a new instrument for measuring residential arrangements of children is proposed and validated: the residential calendar. According to prior research, joint physical custody seems beneficial for children. However, our evidence suggests that the positive association between joint physical custody and child outcomes is partially due to selection effects. After the implementation of the legal changes, joint custody couples are more likely to be in conflict and less likely to have high socio-economic standing than before the legal changes occurred. The well-being of children in joint physical custody is similar to that of children in other custody arrangements. However, under certain circumstances (high conflict, worse parent-child relationships) joint physical custody can become negatively related to child well-being. Our findings are in line with the hypothesis that the specific demands of joint physical custody arrangements can interfere with the nature of conscientious adolescents: being organized and focusing on order and planning. These results demonstrate the need for attending to the individual characteristics of the child when settling post-divorce residential arrangements. The shift towards shared care after divorce has both positive and negative effects for parents. Gender neutral parenting arrangements have given fathers the opportunity to become more involved in their children’s lives, but the level of difficult communication with their children has increased. Joint physical custody mothers have a less close bond with their children than sole custody mothers, but have a more active social life, which enhances their general well-being. New normative frameworks and more gender neutral parenting laws have resulted in the rise of joint physical custody arrangements in Flanders over the past decades. Therefore, balancing the interests of mothers, fathers and children has become more difficult than ever, generating a considerable number of policy issues for the future. Startdatum / Start date : 01.08.2007 Einddatum / End date : 01.10.2013 Output : Botterman, S., Sodermans, A., Matthijs, K. (2013). Het sociaal leven van gescheiden ouders : wat is de rol van de verblijfsregeling?. In: Pasteels I., Mortelmans D., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiden in meervoud : over partners, kinderen en grootouders, Chapt. 4. Leuven: Acco, 123-141/Botterman, S., Sodermans, A., Matthijs, K. (2013). Het sociaal leven van gescheiden ouders: wat is de rol van de verblijfsregeling?. Relaties en Nieuwe Gezinnen, 3(5), 1-23/Botterman, S., Sodermans, A., Matthijs, K. (2014). The social life of divorced parents. Do custody arrangements make a difference in divorced parents’ social participation and contacts?. Leisure Studies, , art.nr. 10.1080/02614367.2014.938768/Sodermans, A., Botterman, S., Havermans, N., Matthijs, K. (2014). Involved fathers, liberated mothers? Joint physical custody and the subjective well-being of divorced parents. Social Indicators Research/Sodermans, A., Matthijs, K. (2014). Joint Physical Custody and Adolescents' Subjective Well-being: A Personality × Environment Interaction. Journal of Family Psychology, 28(3), 346-356/Sodermans, A., Matthijs, K. (sup.), Swicegood, G. (cosup.) (2013). Parenting apart together. Studies on joint physical custody arrangements in Flanders/Sodermans, A., Matthijs, K., Swicegood, G. (2013). Characteristics of joint physical custody families in Flanders. Demographic Research, 28(29), 821-848/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2011). Gedeelde kinderen en plusouders: de verblijfsregeling en de gezinssituatie na scheiding. In: Mortelmans D., Pasteels I., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiding in Vlaanderen, Chapt. 6. Leuven: Acco, 135-151/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Post-divorce custody arrangements and binuclear family structures of Flemish adolescents. Demographic Research, 28(15), 421-432/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsregelingen en welbevinden van kinderen : verschillen naar gezinskenmerken. In: Pasteels I., Mortelmans D., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiden in meervoud : over partners, kinderen en grootouders, Chapt. 11. Leuven: Acco, 265-287/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsregelingen en welbevinden van kinderen: Verschillen naar gezinskenmerken. Relaties en Nieuwe Gezinnen, 3(11), 1-29/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K., Swicegood, G. (2014). Measuring Post-Divorce Living Arrangements: Theoretical and Empirical Validation of the Residential Calendar. Journal of Family Issues, 35(1), 125-145/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K., Swicegood, G. (2013). Commuting between two parental households: the association between joint physical custody and adolescent well-being following divorce. Journal of Family Studies, 19(2), 139-158 Financiering / Funding : Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Techologie (IWT)/Strategisch Basisonderzoek - SBO Onderzoeksinstelling / Research institute : KU Leuven Onderzoekstype : Theoriegericht, fundamenteel onderzoek - Doctoraatsonderzoek Discipline : Pedagogische wetenschappen - (Ortho)pedagogiek, onderwijskunde, sociale agogiek/Rechtsgeleerdheid/Sociale wetenschappen Methodologische dimensies : (Secundaire) analyse van kwantitatieve crossectionele of longitudinale data/Momentopname, crossectioneel/Regionaal/Individuen (direct betrokkenen, kinderen) bestuderen of bevragen/Individuen (direct betrokkenen, volwassenen) bestuderen of bevragen Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2243 Stepfamily configurations and trajectories following parental divorce: A quantitative study on stepfamily situations, stepfamily relationships and the well-being of children / Vanassche, Sofie
![]()
Titel : Stepfamily configurations and trajectories following parental divorce: A quantitative study on stepfamily situations, stepfamily relationships and the well-being of children Andere titel : Stiefgezinvorming en trajecten na echtscheiding: een kwantitatieve studie over stiefgezinssituaties, stiefgezinsrelaties en het welzijn van kinderen Documenttype: onderzoek Auteurs: Vanassche, Sofie, Onderzoeker ; Matthijs, Koenraad, Promotor ; Swicegood, Gray, Co-promotor Taal : (nla) Trefwoorden: Gezin:Echtscheiding Samenvatting: Dit project betreft onderzoek naar stiefgezinsvorming en trajecten na scheiding. Meer specifiek gaat het om een kwantitatieve studie over stiefgezinssituaties, stiefgezinsrelaties en het welzijn van kinderen. De evolutie naar gelijkwaardig ouderschap van mannen en vrouwen na echtscheiding resulteerde de voorbije twee decennia in twee wijzigingen in de Belgische echtscheidingswetgeving: gezagco-ouderschap werd de wettelijke norm in 1995, verblijfsco-ouderschap in 2006. Dit doctoraat handelt over de demografische en gezinssociologische gevolgen daarvan voor stiefgezinnen die ontstaan na (echt)scheiding. Er wordt gebruik gemaakt van twee databronnen: Scheiding in Vlaanderen (SiV) en het Leuvens Adolecenten- en Gezinnenonderzoek (LAGO). Centraal staat de studie van de gevolgen van de vermelde ontwikkelingen voor de vorming, de structuur en de functies van gezinnen na scheiding, als van de gezinsprocessen. Een eerste groep onderzoeksvragen heeft betrekking op de vraag hoeveel kinderen in een stiefgezin leven, en in welke mate dat wordt beïnvloed door de verblijfsregeling. De resultaten tonen dat stiefgezinvorming niet uitzonderlijk is, het komt integendeel vaak voor. In vergelijking met kinderen die voltijds bij de moeder verblijven (de klassieke verblijfsregeling), hebben kinderen in verblijfsco-ouderschap meer kans geconfronteerd te worden met een nieuwe partner van de moeder en om (deeltijds) samen te wonen met de nieuwe partner van vader. Bij vader zijn er ook vaker inwonende kinderen van deze nieuwe partner. Verblijfsco-ouderschap leidt dus tot meer (complexe) stiefgezinvorming. Een tweede groep vragen heeft betrekking op de structuur en de kenmerken van gezinsrelaties binnen stiefgezinnen en de samenhang daarvan met het welzijn van kinderen. Heel wat kinderen hebben een goede relatie met zowel hun ouders als hun stiefouders. Het al dan niet samenwonen is een belangrijke factor voor het opbouwen en onderhouden van een goede relatie met zowel de biologische ouders als de stiefouders. De relatie van kinderen met hun stiefvader is sterk verweven met hun relatie met moeder, maar is onafhankelijk van hun relatie met de vader. Analoog hangt de relatie met de stiefmoeder sterk samen met de relatie met de vader, maar niet met de relatie met de moeder. Ook de relaties tussen de ex-partners en de nieuwe partner zijn relatief onafhankelijk van elkaar, zowel qua emotionele omgang, als qua opvoeding van het (stief)kind. Ex-partners met kinderen in verblijfsco-ouderschap communiceren onderling vaker over het kind dan ex-partners met kinderen die voltijds bij één van beide wonen, maar over het algemeen is de communicatie tussen ex-partners over de opvoeding van het kind beperkt. De ouderlijke band van gescheiden moeders en vaders met hun nieuwe partner is vaak veel sterker dan die met hun ex-partner. Een volgend punt is de samenhang tussen gezinsstructuren, gezinsrelaties en het welzijn van kinderen. Over het algemeen hebben gezinsrelaties een sterker 'effect' op het welzijn van kinderen dan gezinsstructuren, maar de verblijfsregeling speelt hier wel een rol. De resultaten leren dat er nood is aan een 'conditionele' benadering: gezinsstructuren, gezinsprocessen en het welzijn van kinderen hangen complex samen. Er zijn ten slotte weinig verschillen in het emotioneel welzijn van kinderen met gescheiden ouders naargelang de aanwezigheid van een stiefouder. De resultaten suggereren dat de positieve en negatieve effecten van het leven in een stiefgezin in vergelijking met een eenoudergezin elkaar opheffen. Naast de theoretische en methodologische reflecties die uit onze resultaten volgen, zijn er ook beleidsimplicaties. Deze hebben te maken met de bijna exclusieve focus op biologisch ouderschap na scheiding van de voorbije jaren, waarbij het opvallend stil bleef rond de rechten en plichten van (het toenemend aantal) stiefouders. Er zijn ten slotte ook belangrijke genderdimensies verbonden aan de evolutie naar verblijfsco-ouderschap na een ouderlijke scheiding, en dit zowel vanuit het perspectief van biologische ouders als van stiefouders. Summary: This project concerns research into stepfamily configurations and trajectories following parental divorce. More specifically, it is a quantitative study on stepfamily situations, stepfamily relationships and the wellbeing of children. The evolution towards more equal parenting after divorce for men and women over the past two decades resulted in two changes in Belgian divorce law: joint legal custody became the legal standard in 1995, joint physical custody in 2006. This doctorate deals with the demographic and sociological implications of these developments for the formation, structure and functions of stepfamilies after divorce and the family processes within these families. We use two data sources: Divorce in Flanders (SIV) and the Leuven Adolescents and Family Study (LAFS). A first group of findings relates to the proportion of children living in a stepfamily formation, and to what extent this proportion is affected by the residence arrangement of the child. Our results demonstrate that stepfamilies following divorce are not exceptional living arrangements: the large majority of the children have at least one parent in a new partner relationship. Compared to children who reside full-time with mother (the traditional custody arrangement), children in a shared residence are more likely to be faced with a new partner of mother and to co-reside (part-time) with a new partner of father. This new partner of father (or stepmother) more often has residential children from a previous relationship than a new partner of mother (or stepfather). Joint physical custody therefore leads to more (complex) stepfamily formation. A second set of questions relates to the structure and characteristics of family relationships within stepfamilies and their association with children’s wellbeing. Many children have a good relationship with both their parents and stepparents. Co-residence is an important factor for building and maintaining a good relationship with all parental figures. The relationship of children with their stepfather is strongly linked to their relationship with mother, but is independent of their relationship with the father. Similarly, the relationship with the stepmother is closely related to the relationship with the father, but not with the relationship with the mother. The relationships between the former partners and the new partner relationship are relatively independent of each other, both in terms of emotional interaction and in terms of co-parenting. Despite the current normative climate stressing the importance of the (biological) parental union following divorce, we found relatively little co-parental communication between ex-partners. Divorced mothers and fathers appear to view their new partners to be their main collaborators in childrearing. Ex-partners with children in shared residence do have more frequent co-parental communication with each other than ex-partners with children living full-time with one parent. A further issue is the relationship between family structure, family relations and child well-being. In general, family relationships are more strongly related to the well-being of children than family structures, but there are important variations according to the residence arrangement of the child. The results indicate the need for more conditional framing of research questions within this field: the interrelatedness of family structures, family processes and the well-being of children is very complex. Finally, there are few differences in the emotional well-being of children with divorced parents depending on the presence of a stepparent. The results suggest that the positive and negative effects of living in a stepfamily compared to living in a single-parent family balance each other out. In addition to the theoretical and methodological reflections that follow from our results, our findings also have important implications for contemporary family policy and family law. These have to do with the almost exclusive focus on biological parenthood after divorce in recent years, and the conspicuous silence about the rights and obligations of the (increasing number of) stepparents. Finally, there are important gender dimensions associated with the evolution towards joint custody of children following parental divorce, both from the perspective of biological parents as from the perspective of stepparents. Startdatum / Start date : 01.01.2006 Einddatum / End date : 01.10.2013 Output : Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2011). Gedeelde kinderen en plusouders: de verblijfsregeling en de gezinssituatie na scheiding. In: Mortelmans D., Pasteels I., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiding in Vlaanderen, Chapt. 6.Leuven: Acco, 135-151/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsregelingen en welbevinden van kinderen : verschillen naar gezinskenmerken. In: Pasteels I., Mortelmans D., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiden in meervoud : over partners, kinderen en grootouders, Chapt. 11. Leuven: Acco, 265-287/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsregelingen en welbevinden van kinderen: Verschillen naar gezinskenmerken. Relaties en Nieuwe Gezinnen, 3 (11), 1-29/Sodermans, A., Vanassche, S., Matthijs, K., Swicegood, G. (2014). Measuring Post-Divorce Living Arrangements: Theoretical and Empirical Validation of the Residential Calendar. Journal of Family Issues, 35 (1), 125-145. (Citations: 5) (IF most recent: 0.96)/Vanassche, S. (2011). Kameleonjongeren. Kinderen van gescheiden ouders. In: Blikopener, 2, 9-11: Uitgeverij Averbode/Vanassche, S. (2011). Nieuw samengestelde gezinnen. In : Congresboek Leuvens Adolescenten en Gezinnenonderzoek, (Vanassche, S. (Eds.)). LAGO-studiedag. Leuven, 22 September 2011 (pp. 13-16). Leuven: Centrum voor sociologisch onderzoek/Vanassche, S., Corijn, M., Sodermans, A., Matthijs, K. (2013). Gezinstrajecten van ouders en kinderen na een (echt)scheiding. In: Corijn M., Van Peer C. (Eds.), Gezinstransities in Vlaanderen, Chapt. 3. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering, 73-108/Vanassche, S., Matthijs, K. (2012). Deeltijds versus voltijds stiefouderschap. De relatie tussen stiefouders en stiefkinderen in moedergezinnen, vadergezinnen en verblijfsco-ouderschap na scheiding. Tijdschrift voor Sociologie, 33 (3-4), 267-295/Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsco-ouderschap en de relaties tussen ouders en stiefouders. In: Pasteels I., Mortelmans D., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiden in meervoud : over partners, kinderen en grootouders, Chapt. 3.Leuven: Acco, 91-121/Vanassche, S., Matthijs, K. (2013). Verblijfsco-ouderschap en de relaties tussen ouders en stiefouders. Relaties en Nieuwe Gezinnen, 3 (4), 1-33/Vanassche, S., Matthijs, K. (sup.), Swicegood, G. (cosup.) (2013). Stepfamily configurations and trajectories following parental divorce: A quantitative study on stepfamily situations, stepfamily relationships and the wellbeing of children. Proefschrift tot het verkrijgen van de graad van Doctor in de Sociale Wetenschappen – KU Leuven/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K. (2011). Gezinsrelaties na ouderlijke scheiding: ouders, kinderen en nieuwe partners. In: Mortelmans D., Pasteels I., Bracke P., Matthijs K., Van Bavel J., Van Peer C. (Eds.), Scheiding in Vlaanderen, Chapt. 7. Leuven: Acco,153-168/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K. (2013). Post-divorce custody arrangements and binuclear family structures of Flemish adolescents. Demographic Research, 28 (15), 421-432. (citations: 2) (IF most recent: 1.05). *Joint first authorship/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K., Swicegood, G. (2013). Commuting between two parental households: the association between joint physical custody and adolescent well-being following divorce. Journal of Family Studies, 19 (2), 139-158. (citations: 0) ( IF most recent: 1.140)/Vanassche, S., Sodermans, A., Matthijs, K., Swicegood, G. (2014). The effects of family type, family relationships and parental role models on delinquency and alcohol use among Flemish adolescents. Journal of Child and Family Studies, 23 (1), 128-143. (Citations: 0) (IF most recent: 1.42) Financiering / Funding : KU Leuven Onderzoeksinstelling / Research institute : KU Leuven Onderzoekstype : Theoriegericht, fundamenteel onderzoek - Doctoraatsonderzoek Discipline : Sociale wetenschappen Methodologische dimensies : (Secundaire) analyse van kwantitatieve crossectionele of longitudinale data/Momentopname, crossectioneel/Regionaal/Individuen (direct betrokkenen, kinderen) bestuderen of bevragen/Individuen (direct betrokkenen, volwassenen) bestuderen of bevragen Link naar een elektronische bron: https://lirias.kuleuven.be/handle/123456789/414518 Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2247



