Uitgeversfiche
Beschikbare documenten van deze uitgever
Het resultaat bewaren De zoekopdracht beperkenDe bijzondere jeugdzorg als opvoeder. Een sociaal pedagogische analyse van de bijzondere jeugdzorg in Vlaanderen. / Roose, Rudi
![]()
![]()
Titel : De bijzondere jeugdzorg als opvoeder. Een sociaal pedagogische analyse van de bijzondere jeugdzorg in Vlaanderen. Documenttype: boek Auteurs: Roose, Rudi, Onderzoeker Uitgegeven: Gent [België] : Academia Press Publicatiedatum: 2006 ISBN/ISSN/EAN: ISBN 978 90 382 1025 4 Taal : Nederlands (dut) Trefwoorden: Gezondheid en welzijn:Jeugdhulp:Bijzondere jeugdzorg Samenvatting: Dit doctoraatsonderzoek kadert in de hervorming van de bijzondere jeugdzorg naar een integrale jeugdhulpverlening, waarin de verschillende sectoren die op jeugdzorg betrokken zijn beter op elkaar worden afgestemd met de bedoeling tot een meer vraaggerichte zorg te komen. Deze ontwikkeling alsook de bredere grondconcepten van de bijzondere jeugdzorg worden door de onderzoeker zowel maatschappelijk als historisch geanalyseerd. De onderzoeker stelt algemeen vast dat, hoewel de overgang naar een integrale jeugdhulpverlening zich initieel ontwikkelde vanuit de wens tot een meer emancipatorische jeugdzorg te komen, deze doelstelling niet bereikt werd: de bijzondere jeugdzorg komt eerder als een defensieve dan als een emancipatorische opvoeder naar voor. De beheersbaarheid van de zorg staat centraal, wat in het verlengde ligt van het sterke preventiedenken van de bijzondere jeugdzorg. Op basis van deze vaststellingen pleit de onderzoeker voor een nieuwe richting binnen het zorgdebat, waarbij niet het vermijden van de hulpverlening noch het organisatorisch sturen van de hulpverlening, maar wel pedagogische ondersteuning in het leren omgaan met probleemsituaties centraal staat. Summary: This doctoral research can be situated in the reorganization of Flemish youth care towards an ‘integrated’ model, or a model in which different sectors are more adjusted to each other in order to better accommodate their clients’ needs. The researcher investigates this development as well as the general basic concepts of youth care from a historical as well as a social perspective. The study shows that, although the transformation towards an ‘integrated’ model initially generated from the desire to create an emancipatory youth care, this goal has not been achieved: youth care appears to preserve a rather defensive operation. The manageability of care holds a central place, which corresponds with the strong emphasis that is generally placed on prevention. Based on these findings, the researcher holds a plea for a new direction in the care debate, in which emphasis is placed on pedagogical support in learning how to deal with problem situations, rather than on organizational aspects of youth care and/or ways to limit the need for youth care. Onderzoeksinstelling / Research institute : Universiteit Gent – Vakgroep sociaal werk en sociale pedagogiek Link naar een elektronische bron: http://www.academiapress.be/de-bijzondere-jeugdzorg-als-opvoeder.html Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=551 Elektronische documenten
2007 Boekbespreking TJK De Bijzondere Jeugdzorg als OpvoederURL
Titel : A Centruy of Youth Work Policy Documenttype: boek Auteurs: Filip Coussée, Auteur Uitgegeven: Gent [België] : Academia Press Publicatiedatum: 2008 Paginering : 136 p. ISBN/ISSN/EAN: 978-90-382-1275-3 Taal : Engels (eng) Trefwoorden: Kinderrechten (inter)nationaal:Landen en regio's:Europa:Vlaanderen
Vrije tijd, spel en cultuur:JeugdwerkSamenvatting: Vlaanderen heeft waarschijnlijk de hoogste jeugdwerkindex ter wereld. Er bestaat een jeugdwerkinitiatief voor elke 250 inwoners onder de leeftijd van vijfentwintig. Dit betekent daarentegen niet dat we een duidelijk begrip hebben van wat jeugdwerk eigenlijk is. Beleidsmakers en jeugdwerkers hebben echter veel te zeggen over de positieve gevolgen van jeugdwerk voor de deelnemers en academisch onderzoek in Vlaanderen bevestigt dit geloof, zoals dat ook in vele andere westerse landen het geval is. Dit lijkt een goede zaak te zijn voor het jeugdwerk. Anderzijds bestaat er een kloof tussen het zogenaamde traditionele jeugdwerk, met vrijwilligers, en het professionele jeugdwerk dat zich toespitst op kwetsbare jongeren. Dit laatste geniet niet eenzelfde positief imago als het eerst vermelde. Dit is niet nieuw. De geschiedenis toon ons hoe jeugdbeleidmakers opnieuw en opnieuw de kloof versterken tussen jeugdwerk dat werkt mét jongeren, en het jeugdwerk dat werk voor jongeren. In dit boekt toont de auteur aan hoe de psychologische en sociologische grondslagen van jeugdwerk de pedagogische mogelijkheden van jeugdwerk beperken. Jeugdwerk draagt bij tot een beperkte emancipatie, een beperking die paradoxaal die jongeren benadeeld die als kwetsbaar en uitgesloten worden beschouwd. Summary: Flanders probably has the highest youth work index in the world. There is a youth work initiative for every 250 inhabitants below the age of twenty-five. This does not mean however that we have a clear understanding of what youth work essentially is. Policymakers and youth workers do have a lot to say about the positive outcomes of youth work for its participants and academic research in Flanders, as in many other western countries, underpins this belief. This seems to be a good thing for youth work. On the other hand there is a gap between so-called traditional youth work, working with volunteers, and professional youth work targeting on vulnerable youth. The latter does not have the same positive image and effects as the former. This is not new. History shows us how youth work policy again and again reinforces the gap between youth work working with young people and youth work working at young people. In this book the author shows how the psychological and sociological foundations of youth work confine the pedagogical possibilities of youth work. Youth work contributes to a restricted emancipation, a restriction that paradoxically disadvantages those young people labelled as vulnerable and disaffected. Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=637 'Doing identities' through self-expressive television production. A visual ethnographic study / Adriaens, Fien
![]()
![]()
Titel : 'Doing identities' through self-expressive television production. A visual ethnographic study Documenttype: artikel Auteurs: Adriaens, Fien, Auteur Uitgegeven: Gent [België] : Academia Press Publicatiedatum: 2012 Tijdschrift: Working papers Film & TV Studies Vol. 9 Paginering : p. 9-99 Taal : Engels (eng) Trefwoorden: Gezondheid en welzijn:Gender identiteit:Vrouwen en meisjes
Kinderen in kwetsbare situaties:Minderheden en inheemse volkeren:Minderheden
Media:Beeldvorming
Media:MediawijsheidSamenvatting: Deze working paper belicht de resultaten van een visuele etnografische studie met diaspora adolescente meisjes woonachtig te België (leeftijd 14-16). Het geeft een uitgebreide schets van de methodologie, het onderzoeksproces en de resultaten. Deze studie tracht te begrijpen hoe de tweede generatie meisjes van Turkse afkomst onderhandelen over identiteit en hoe ze hun identiteit vormen via het maken van een trailer voor hun ideaal tv-programma. Het begint vanuit een intersectionele visie op identiteit en voegt daarbij de wetenschapsgebieden van feministische media studies en meisje studies, identiteit en mediastudies. Het onderzoekt wat er gebeurt wanneer diaspora meisjes kijken naar televisie of televisie maken en draagt bij aan de kennis over wat jonge vrouwen ‘doen’ met media-teksten, en gaat verder dan de traditionele interviewmethoden binnen publieksonderzoek. De resultaten tonen aan dat wanneer deelnemers gezamenlijk een trailer produceren van hun ideale tv-programma's, ze zich reflexief bezighouden met collectieve identiteitsvorming en zelfrepresentatie. Bovendien namen de meisjes een breed spectrum aan van verschuivende subjectposities, die vaak de grenzen van geslacht en etniciteit overschrijden. De belangrijkste methodologische voordelen van deze video productie onderzoeksmethode is dat het produceren van media ons meer vertelt over a) kruisende identiteiten en reguleren verhandelingen, b) media receptie in termen gebruik en consumptie en c) de media taal en de geletterdheid van de meisjes dan over het productieproces an sich. Summary: This working paper highlights the results of a visual ethnographic study with diaspora adolescent girls living in Belgium (age 14-16). It gives an elaborate outline of the methodology, the research process and the results. This study apprehends how second generation girls from Turkish descent negotiate and construct identities through the making of
a trailer for an ideal television program. It starts from an intersectional approach to identity and adds up to the academic fields of feminist media studies and girl studies, identity and media studies. It explores what happens when diaspora girls ‘do or make television’, contributes to knowledge on what young females ‘do’ with media texts, and moves beyond the traditional interview methods within audience research. Results show that when participants collectively produce a trailer of their ideal television programs, they reflexively engage in collective identity formation and self-representation. Moreover, the girls took up a broad spectrum of shifting subject positions, which often transgressed gender and ethnicity. The most important
methodological advantages of video production as research method is that producing media actually tells us more about a) intersecting identities and regulating discourses, b) media reception in terms of use and consumption and c) the media language and literacy of the girls than about the production an sich.Link naar een elektronische bron: http://www.cims.ugent.be/members/former-members/fien-adriaens Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2603 Elektronische documenten
Titel : Ernstige jeugddelinquenten gestraft? Praktijk van de uithandengeving. Documenttype: boek Auteurs: Nuytiens, An, Auteur ; Jenneke Christiaens, Auteur ; Eliaerts, Christian, Auteur Uitgegeven: Gent [België] : Academia Press Publicatiedatum: 2005 Paginering : 322 p. Taal : Nederlands (dut) Trefwoorden: Justitie:Jeugddelinquentie Samenvatting: Het vraagstuk van de gepaste maatschappelijke reactie op ernstiger vormen van jeugddelinquentie is sinds het ontstaan van de wet op de jeugdbescherming een gevoelig punt. Art. 38 van de wet van 1965 laat toe dat, onder bepaalde voorwaarden, een minderjarige delinquent door de jeugdrechtbank wordt “uithanden gegeven”, zodat een vervolging voor de rechtbanken van gemeen recht mogelijk wordt. Over de toepassing van deze –volgens de wetgever uitzonderlijke- procedure ontbraken nog heel wat gegevens. Daarom werd in opdracht van de voormalige minister van Justitie, Marc Verwilghen, een onderzoek opgezet dat bestaat uit verscheidene luiken.
Na een studie van de regelgeving en de literatuur, waarbij ook een vergelijking wordt gemaakt met enkele buurlanden, wordt in dit boek in de eerste plaats een kwantitatief beeld geschetst van de toepassing van de uithandengeving. Vervolgens wordt een dossierstudie voorgesteld die uitgevoerd werd in vijf arrondissementen en die betrekking heeft op 210 jongeren. Hierbij komen (o.m.) aan bod : het profiel van de jongeren, de uitgebrachte adviezen en het afgelegde traject in de jeugdbescherming. Bijzondere aandacht wordt besteed, door consultatie van het strafregister, aan de veroordelingen die uiteindelijk door de strafgerechten uitgesproken werden. Tenslotte worden de resultaten van een bevraging van de betrokken jeugdrechters en appelrechters voorgesteld. Hierin wordt gepeild naar de criteria die rechtstreeks of onrechtstreeks de besluitvorming inzake de toepassing van de uithandengeving beïnvloeden.Summary: The question of the appropriate societal response to more serious forms of juvenile delinquency since the emergence of the law on child protection is a critical point. Art. 38 of the 1965 Act allows, under certain conditions, a juvenile delinquent by the juvenile court "relinquishment" so that a prosecution is possible in an adult court. The application of this - exceptional according to the legislature - procedure were still missing a lot of data. Therefore, it was commissioned by the former Minister of Justice, Marc Verwilghen, to set up a survey consisting several parts.
After a study of the regulations and the literature, including a comparison with some neighboring countries, this book sketched in the first place a quantitative picture of the application of the relinquishment. Next, a case study will be presented which was conducted in five districts and which is related to 210 young people. This includes: the profile of the young people, the opinions expressed and the journey made during youth. By consulting criminal records, particular attention is paid to the convictions which were eventually ordered by the criminal courts. Finally, the results of a survey of youth judges involved and appeal courts are proposed. It will be tested to the criteria which directly or indirectly affect the decision on the application of the relinquishment.Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=2514 Elektronische documenten
Jongvolwassenen in de gevangenis? Een onderzoek naar het traject van uit handen gegeven jongeren in het strafrechtURL
Titel : From military to civilian life : Challenges and resources in the transition of former child soldiers in northern Uganda Documenttype: boek Auteurs: Vindevogel, Sofie, Auteur Uitgegeven: Gent [België] : Academia Press Publicatiedatum: 2013 Paginering : 325 p. Taal : Engels (eng) Trefwoorden: Kinderen in kwetsbare situaties:Geweld / uitbuiting:Gewapend conflict:Kindsoldaten
Kinderrechten (algemeen):Kinderrechtenverdragen:Verdrag inzake de Rechten van het Kind:Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het kind, inzake kinderen in gewapend conflict
Kinderrechten (inter)nationaal:Landen en regio's:Afrika:UgandaSamenvatting: Dit boek is de bespreking van een doctoraatsonderzoek naar hoe voormalige kindsoldaten hun transitieproces van het militaire naar het civiele leven ervaren en welke uitdagingen en hulpbronnen zij daarbij ondervinden. Het onderzoek werd uitgevoerd met voormalige kindsoldaten in de noordelijke Oegandese provincie Lira. Het werd opgesplitst in vier delen. De eerste studie heeft tot doel inzicht te verwerven in het profiel van voormalige kindsoldaten in het noorden van Oeganda, gezien de betreffende literatuur aangeeft dat het begrip “kindsoldaat” een grote diversiteit omvat en bovendien contextueel benaderd wordt. De tweede studie poogt een profiel te creëren van het psychosociaal welzijn van Noord-Oegandese voormalige kindsoldaten op langere termijn en te exploreren welke factoren hiermee geassocieerd zijn. In de derde studie wordt een poging ondernomen om te inventariseren wat deze kinderen zelf ervaren als uitdagingen en hulpbronnen in hun transitieproces van de oorlogsvoerende rebellenbeweging naar de door oorlog getroffen samenleving. De vierde en laatste studie tracht de betekenis van de hulpbronnen bloot te leggen, om op die manier te achterhalen waarom deze ervaren hulpbronnen als waardevol worden beschouwd en welke rol deze spelen in het transitieproces. Uit deze studies wordt tot slot een algemene conclusie getrokken.
Het onderzoek kan ook in deze databank geraadpleegd worden: http://www.kekidatabank.be/pmb/opac_css/index.php?lvl=notice_display&id=581Summary: This book discusses a doctorate study, in which, the transition process of former child soldiers from military to civilian life is explored, as well as the challenges and resources they meet in the process. The research was conducted with former child soldiers in Lira, a province in the north of Uganda. It has been divided into four parts. The first study aims at acquiring insight in the profile of former child soldiers in the north of Uganda, as the relevant literature indicates that the notion of “child soldiers” contains a wide variety and is approached contextually. The second study tries to create a profile of the psycho-social wellbeing of the former child soldiers in the longer run and to explore which factors are associated with this. The third study attempts to list up what these children experience themselves as challenges and resources in their transition process from a rebel movement at war to a society affected by armed conflict. The fourth and final study tries to identify the resources, and by this to find out why these experiences resources are deemed valuable and what role they play in the transition process. A general conclusion is drafted from these four studies.
The research can also be found in this database: http://www.kekidatabank.be/pmb/opac_css/index.php?lvl=notice_display&id=581Vaste link: http://www.kekidatabank.be/index.php?lvl=notice_display&id=936 PermalinkPermalinkPermalinkPermalinkEen link tussen leven in armoede en een eerste maatregel bijzondere jeugdbijstand? / Maria Bouverne-De Bie
![]()
PermalinkMaatschappelijk Engagement: een besef van kwetsbaarheid / Maria Bouverne-De Bie ; Roose, Rudi ; Vandenbroeck, Michel
![]()
PermalinkDe nieuwe statistiek van de jeugdparketten: een belichting van de eerste analyseresultaten vanuit verschillende invalshoeken / Vanneste, Charlotte ; Goedseels, Eef ; Detry, Isabelle
![]()
PermalinkPermalinkPermalinkRepresentatie, Televisie & Identiteit. Een kwalitatief receptieonderzoek naar televisieconsumptie bij diaspora jongeren / Adriaens, Fien
![]()
![]()
Permalink



